Hof Arnhem 5 juni 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA8409

Het hof is van oordeel dat FCE in strijd met het bepaalde in - het ten tijde van de litigieuze kredietverstrekking geldende - artikel 28 Wck lichtvaardig aan [appellant] een lening heeft verstrekt. De handgeschreven aantekening op productie 13 luidt als volgt: ‘Uitkering via sociale dienst. Als hij 24 jaar is komt hij in de wao. Klant heeft hartproblemen. Heeft hiervoor ± 7 maanden bij heftruckbouw Heijste gewerkt. Inwonend bij ouders, geen kostgeld. Kan niks aanbetalen. Klant kan 500/600 per maand betalen. Per uur 12/13. Uitzendburo’. Deze vragen oproepende gegevens zouden de verkoper van FCE ertoe moeten hebben gebracht een bewijsstuk van het toenmalige (soort en hoogte van) inkomen van [appellant] te verlangen (in de zin van het daadwerkelijk verkrijgen) alvorens de kredietaanvraag in gang te zetten. Dit klemt temeer omdat volgens die aantekeningen [appellant] ‘niks kan aanbetalen’ en kennelijk ook niet onder ogen is gezien de mogelijkheid dat [appellant] op enig moment wel kostgeld aan zijn ouders zou moeten betalen of anderszins vaste lasten zou krijgen, waar in zodanige situatie toch te voorzien is dat [appellant] met een (verondersteld) inkomen van f 1.178,-- netto per maand en een aflossingsbedrag van f 566,47 per maand spoedig in financiële problemen zou komen. Vast staat dat FCE niet beschikte over enig bewijsstuk van het (zo al aanwezige) inkomen van [appellant].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen