Hof Arnhem 11 mei 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA7995
Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9 van de Flora- en Faunawet, opzettelijk begaan. [..] Verdachte heeft betoogd dat hij de val op perceel E 109 heeft geplaatst om schade in/aan het maïsperceel E 105 te bestrijden. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het plaatsen van een vangkooi in het maïsperceel schade oplevert en kraaien aantrekt, zodat op die wijze extra schade aan de maïs wordt toegebracht. Ter voorkoming daarvan is de val op enige afstand, in de aanvliegroute, geplaatst van het perceel waar de mogelijke schade wordt toegebracht. Deze werkwijze is ter zitting van het hof door deskundige Van Gerrevink gekenschetst als logisch en het meest effectief ter bereiking van het doel. Het hof is van oordeel dat de verklaring van verdachte hieromtrent aannemelijk is en dat de bedoeling van de wetgever zo valt te verstaan dat daaronder ook wordt begrepen de bestrijding in de directe nabijheid van de grond (in casu perceel E 109). Het hof acht het feit derhalve niet strafbaar en zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl