Hof Arnhem 12 juni 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA7509

De rechtbank heeft die bepaling aldus uitgelegd dat deze aansprakelijkheidsuitsluiting alleen betrekking heeft op gevallen van bodemverontreiniging die de verkoper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet bekend waren. Met de laatste zin: “In dit geval wist [appellant] …” heeft de rechtbank kennelijk gedoeld op de aan [appellant] reeds uit het rapport De Klinker van 1999 bekende verontreiniging van de bodem van de werkplaats met minerale olie, al was toen nog alleen een matige verontreiniging bekend. Voor de vraag of [appellant] met een beroep op deze contractsbepaling zich tegen de vorderingen van [geïntimeerde] kan verweren, is niet van belang of [appellant] ten tijde van het totstandkomen van de overeenkomst er mee bekend was of de verontreiniging van de bodem onder de werkplaats aangemerkt kon worden als een ernstig geval van bodemverontreiniging, doch slechts of hij van de aanwezigheid van bodemverontreiniging wist. De tekst van de bepaling wijst in de richting van verontreiniging in het algemeen en bevat geen aanknopingspunten voor een nuancering naar de mate van verontreiniging. Tegen de door [appellant] voorgestane uitleg pleit bovendien niet alleen dat de aanwezigheid van een ernstig geval van bodemverontreiniging eerst na nader onderzoek kan worden vastgesteld, aangezien het volume van de ernstig verontreinigde grond daarbij een rol speelt, maar vooral ook dat de bepaling, naar de koper mag begrijpen, een voorziening beoogt te treffen voor partijen niet bekende risico’s.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen