Hof Arnhem 27 februari 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA6126
Recticel voert in hoger beroep in de eerste plaats aan dat de vorderingen van geïntimeerde moeten worden afgewezen, omdat de bedrijfs-CAO die zij met de Industrie-bond FNV en de CNV Industrie- en Voedingsbond heeft afgesloten, een zogenaamde standaard CAO is, hetgeen betekent dat daarvan op grond van het bepaalde in artikel 12 Wet CAO niet, ook niet ten gunste van de werknemer in de individuele arbeidsovereenkomst, mag worden afgeweken. Dat sprake is van een standaard CAO, blijkt volgens Recticel uit het bepaalde in artikel 3 lid 2 van de CAO, waarin is bepaald dat het Recticel niet is toegestaan een werknemer in dienst te nemen of te houden op voorwaarden, die van het in de CAO bepaalde afwijken. [..] Anders dan Recticel kennelijk meent, kan naar het oordeel van het hof uit de tekst van artikel 3 lid 2 van de CAO niet worden opgemaakt dat sprake is van een standaard CAO, op grond waarvan het Recticel niet zou zijn toegestaan om aan werknemers als geïntimeerde gedurende een zekere periode een salaris te betalen, dat hoger is dan het in de salarisschalen voor de functie van de desbetreffende werknemer vastgestelde bedrag.
De uitspraak op rechtspraak.nl