Hof Arnhem 20 maart 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA2839

De zaak gaat, kort samengevat, over de vraag of VGZ als ziekenfonds(verzekeraar) op grond van de Ziekenfondswet (hierna ook: Zfw) gehouden is te waarborgen dat de behandeling door medisch specialist appellant sub 2, verbonden aan het Jeroen Bosch Ziekenhuis te Den Bosch, van patiënte appellante sub 1 en anderen, die lijdt respectievelijk lijden aan de ziekte van Crohn, met het medicijn Remicade (hierna ook: Remicade-therapie) kan worden voortgezet. Remicade wordt beschouwd als een duur geneesmiddel waarvan de kosten op grond van de CTG-beleidsregel “Dure geneesmiddelen in ziekenhuizen” voor maximaal 75% door de zorgverzekeraars worden gefinancierd en voor het overige uit het regulier ziekenhuisbudget. Het Jeroen Bosch Ziekenhuis heeft aan appellant sub 2 meegedeeld dat als gevolg van de financiële situatie van het ziekenhuis en gelet op het gedeelte van de kosten van het medicijn dat voor rekening van het ziekenhuis blijft, gezocht moest worden naar alternatieve (het hof begrijpt: wel volledig door het ziekenfonds te vergoeden) behandelingen van zijn patiënten, onder wie appellante sub 1, en dat geen algemene garantie kon worden afgegeven dat de zorg ongelimiteerd zou kunnen worden voortgezet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen