Hof Arnhem 27 maart 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA1596

Bij vonnis van 8 januari 2007 heeft de rechtbank te Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, op verzoek van Advocatenkantoor bepaald dat na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling het bepaalde in artikel 358, eerste lid, van de Faillissementswet (Fw) verder geen toepassing vindt (ontneming schone lei) ten aanzien van vader, mevrouw en zoon. [..] De grieven komen - zakelijk weergegeven - op tegen het oordeel van de rechtbank dat Advocatenkantoor is geslaagd in het bewijs, dat de familie heeft getracht schuldeisers te benadelen door vermogensbestanddelen buiten de boedel om te gelde te maken via de terugverkoop van hun woning voor een lagere waarde dan de werkelijke en dat om die reden op grond van art. 358a, eerste lid, Fw het bepaalde in art. 358, eerste lid, Fw verder geen toepassing vindt oftewel dat aan vader, mevrouw en zoon de schone lei moet worden ontnomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen