Hof Arnhem 26 januari 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:AZ8211

Rijden zonder geldig rijbewijs. Verdachte heeft zich beroepen op rechtsdwaling. Hij stelt op grond van een uitlating van een Nederlandse politiefunctionaris in de veronderstelling te hebben verkeerd dat hij als gevolg van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 10 juli 2003 toch met zijn Armeense rijbewijs in Nederland een auto mocht besturen. Verdachte heeft ter onderbouwing van dit verweer verwezen naar een in kopie overgelegd bericht d.d. 17 februari 2004 over buitenlandse rijbewijzen, waarin onder meer is te lezen: ‘een asielzoeker mag met een buitenlands rijbewijs rijden. De ...digheid mag echter NIET verlopen zijn’.Het hof verwerpt het verweer. Nu verdachte zich op 22 juli 2004 al langer dan 185 dagen in Nederland had gevestigd, was de uitzondering van artikel 108, eerste lid onder g, WVW 1994 niet meer op hem van toepassing en moest hij voldoen aan artikel 107 WVW 1994. Het beroep van verdachte op de uitlating van een politiefunctionaris en op het bericht d.d. 17 februari 2004 kan hem niet baten. Verdachte heeft niet geconcretiseerd door wie, waar, wanneer, tegen wie en onder welke omstandigheden die uitlating is gedaan, terwijl het bij het bericht gaat om een slechte, incomplete afdruk van een kennelijk voor intern gebruik bestemd politiebericht. Onder deze omstandigheden zijn zo’n uitlating en zo’n bericht naar het oordeel van het hof, ook tezamen, van onvoldoende gezag om daar voetstoots op af te gaan. Verdachte had de juistheid van die uitlating en dat bericht moeten nagaan bij een ter zake van de rijbewijsregeling kundige instantie, bijvoorbeeld de Rijksdienst voor het Wegverkeer (Dienst Wegverkeer). Nu verdachte dat niet heeft gedaan, kan zijn beroep op rechtsdwaling niet slagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen