Hof Arnhem 16 januari 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:AZ6947
Het onthouden van licht kan onrechtmatige hinder opleveren, afhankelijk van de ernst en duur daarvan en de daardoor veroorzaakte schade, in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Het hof waardeert de door de bossingel in haar huidige vorm aan [appellante] toegebrachte hinder niet als onrechtmatig. In dit verband zijn vooral bepalend de hoogte van de beplantingen waaruit de bossingel is samengesteld, alsmede de breedte van de kijkopening in de bossingel tegenover de woning van [appellante]. Die hoogte en breedte zijn thans niet zodanig dat aan [appellante] zoveel licht wordt ontnomen, dat zij dit in redelijkheid niet behoeft te dulden.