Hof Arnhem 19 december 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ9743
De centrale vraag die hier beantwoord moet worden is of de notaris onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Rabobank (een beroepsfout heeft gemaakt) door het restantbedrag dat op zijn kwaliteitsrekening stond en dat niet meer uitgekeerd hoefde te worden aan enig schuldeiser op grond van de gerechtelijke rangregeling, zónder nader overleg hierover met c.q. toestemming van betrokkenen (de Rabobank die zich als schuldeiser presenteerde en geëxecuteerden die – kennelijk - meenden dat het restantbedrag hen toekwam), uit te betalen aan geëxecuteerden. [..] De vraag is dan vervolgens of de Rabobank haar vorderingen volledig en met voorrang op geëxecuteerden zou hebben kunnen verhalen en zo ja, wat de hoogte van de vordering was ten tijde van de uitbetaling van het restantbedrag rond 22 december 2002. Nu de notaris de omvang van de schade gemotiveerd heeft betwist, ligt het op de weg van de Rabobank om haar schade c.q. haar geldvordering die zij op de dag van uitbetaling had en (met voorrang) kon verhalen op [A.] en [B.], te onderbouwen.; Het hof zal de Rabobank in de gelegenheid stellen om zich daarover bij akte nader uit te laten, waarna de notaris per antwoordakte kan reageren.
De uitspraak op rechtspraak.nl