Hof Arnhem 24 oktober 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ5969
Het hof ziet geen aanleiding om aan de tekortkoming van [appellant] het gevolg te verbinden van slechts gedeeltelijke ontbinding van de pachtovereenkomst (alleen voor zover het de woning betreft). Dit geldt reeds hierom omdat als één geheel is verpacht en uit hetgeen [appellant] heeft aangevoerd niet kan worden afgeleid dat er reële mogelijkheden zijn om het woonhuis feitelijk en planologisch gescheiden van de gepachte gronden en bedrijfsgebouwen te (doen) gebruiken. Wat betreft de wijze van exploitatie van de gepachte grond overweegt het hof nog dat de pachtkamer in eerste aanleg hier weliswaar een tekortkoming van [appellant] heeft geconstateerd, maar dat zij deze niet van dien aard heeft geacht dat daardoor ontbinding van de pachtovereenkomst gerechtvaardigd zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl