Hof Arnhem 10 oktober 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ2000
Nu de verstrekking van het gestelde voorschot op een kapitaalsuitkering gekwalificeerd moet worden als een geldlening van APH aan F&B, zoals het hof de stellingen van de Rabobank begrijpt, en voorts de over te nemen vennootschap APH de beschikking heeft gekregen over de gelden van de bank - waarop hierna zal worden teruggekomen - is deze geldlening naar het oordeel van het hof te beschouwen als een geldlening als bedoeld in het tweede lid van artikel 2:207c BW, verstrekt met het oog op het nemen of verkrijgen van aandelen in APH. In het geval met Recreatiecentrum zou moeten worden aangenomen dat de lening van APH aan F&B nietig zou zijn vanwege het ontbreken van voldoende uitkeerbare reserves, brengt dit evenwel naar het oordeel van het hof niet mee dat ook de door APH verstrekte hypothecaire zekerheid nietig is, zoals Recreatiecentrum heeft betoogd (memorie van antwoord sub 88). De door APH aan de Rabobank verstrekte zekerheid ziet immers op een eigen door de over te nemen vennootschap APH gesloten lening, gelijk het geval was in de casus van het arrest Muller q.q./Rabobank Katwijk, en niet op de door APH verstrekte geldlening, althans gedane uitkering aan koper F&B, die dit bedrag heeft gebruikt om de koopsom van de aandelen APH te betalen. Een dergelijke zekerheidstelling wordt naar het oordeel van het hof gelijk in voormeld arrest is geoordeeld niet getroffen door het verbod van het eerste lid van artikel 2:207c BW. Nietigheid van de (door)lening APH-F&B maakt dit niet anders. Het hof vindt steun voor zijn oordeel in rechtsoverweging 4 van het voormelde arrest, luidende: “Onderdeel 2, dat zich keert tegen het oordeel van het hof dat de door De Wit & Van Tol aan Beheer verstrekte lening als door de statuten toegestaan moet worden aangemerkt, kan wegens gemis aan belang niet tot cassatie leiden. Gegrondbevinding van het onderdeel kan immers niet afdoen aan het oordeel van het hof dat De Wit & Van Tol de zekerheden waarover het hier gaat aan de bank heeft mogen verstrekken.”
De uitspraak op rechtspraak.nl