Hof Arnhem 13 juni 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY9107
Het verwijt dat [appellanten] de Gemeente op microniveau maken, komt er in de kern op neer dat [de basisschool] onvoldoende de voortgang van hun zoon [X.] heeft gevolgd, terwijl bekend was, althans had moeten zijn, dat hij op taalgebied, met name wat betreft spelling, extra zorg nodig had. Ook onder de vóór 1 augustus 1998 vigerende WBO gold op dit punt voor scholen een bijzondere zorgplicht, zo volgt uit artikel 11, lid 2 onder d en lid 8 WBO. Uit het rapport van de deskundige (met name onder 27 en 28) blijkt dat hij van mening is dat [de basisschool] op dit punt voldoende adequaat heeft gehandeld door tijdig de problemen van [X.] te onderkennen, vervolgens daarin handelend op te treden en de daarmee samenhangende gegevens ook jaarlijks over te dragen aan [X.]s nieuwe leerkracht. [appellanten] betwisten dat er voldoende is gedaan en stellen dat nergens uit het dossier blijkt dat de maatregelen die [de basisschool] heeft genomen effectief zijn geweest. Het gaat hier echter niet om de vraag in hoeverre [X.] baat heeft gehad bij de maatregelen die zijn genomen - op [de basisschool] rustte immers niet de verplichting om met [X.] een bepaald resultaat te bereiken - maar of op [de basisschool] [X.]s problemen tijdig zijn onderkend en vervolgens ook voldoende adequate maatregelen zijn genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl