Hof Arnhem 24 juli 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5925

FIR -methode. Beroep op ontbreken materiële wederrechtelijkheid verworpen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat voor verdachte ten tijde van het bewezenverklaade feit geen vrijstelling gold en dat verdachte geen ontheffing had, dat voorts een vrijstelling of ontheffing binnen de komende paar jaren ook niet te verwachten valt en dat een wijziging van het Besluit gebruik meststoffen ten gunste van de zogenoemde FIR-methode in die periode evenmin te verwachten is. De enkele omstandigheid, dat naar verdachtes inzicht door toepassing van de FIR-methode de aan het wettelijk systeem ten grondslag liggende doelstelling beter gediend zou zijn bij niet –naleving van de bemestingsvoorschriften dan bij naleving ervan, doet in beginsel niet af aan de verplichting om dierlijke meststoffen niet anders dan op de voorgeschreven wijze op grasland of bouwland aan te wenden. Het hof ziet geen reden om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen, maar komt wel tot matiging van de geldboete.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen