Hof Arnhem 18 juli 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5784

Vervolgens is van belang of [appellant] op of omstreeks 17 mei 2002 bij [geïntimeerde] of diens vertegenwoordiger [A.] heeft geklaagd over de op de leveringsbon van 16 mei 2002 vermelde samenstelling van de geleverde potgrond. De rechtbank heeft, na het horen van getuigen, geoordeeld dat [appellant] in het bewijs van die stelling niet is geslaagd. Hetgeen [appellant] in grief II aanvoert, komt naar het hof en [geïntimeerde] [..] begrijpen niet op tegen de bewijswaardering door de rechtbank leidend tot het oordeel dat [appellant] niet op of omstreeks 17 mei 2002 bij [geïntimeerde] of diens vertegenwoordiger [A.] heeft geklaagd over de op de leveringsbon van 16 mei 2002 vermelde samenstelling van de geleverde potgrond. Zie ook de pleitnota in hoger beroep van [appellant] onder 9 (“Het is immers niet bewezen.”). Vast staat dus dat [A.] niet op 17 mei 2002 tegen [appellant] heeft gezegd dat 3% baraklei overeenkomt met 40 kilogram baraklei per m3.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen