Hof Arnhem 3 april 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AV7979
Betrokkene heeft in Nederland geen verblijfsstatus. De tenuitvoerlegging van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging van vreemdelingen zonder verblijfsstatus vormt een probleem. De problematiek spitst zich in de executiefase toe op de reïntegratie van vreemdelingen zonder verblijfsstatus in de Nederlandse samenleving. Gelet op die status wordt in de praktijk van de tenuitvoerlegging van de maatregel door de Minister van Justitie geen machtiging tot het verlenen van enige vorm van verlof verleend. Voor de rechter die een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling beoordeelt, geldt bij die beslissing een wettelijk toets: eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel? Aan te nemen valt dat met de termen ‘anderen’ en ‘personen’ niet louter gedoeld wordt op personen die zich op het Nederlandse grondgebied bevinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl