Hof Arnhem 27 februari 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AV2726

Het hof oordeelt dat de beslissing om een verdragsrechtelijke schending van een spoedige behandeling, op grond van art. 509x, eerste lid, Sv en art. 5 EVRM, aan te nemen in voorliggende zaak in zichzelf voldoende bevrediging van het geschonden rechtsgevoel inhoudt. Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar, het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft en gelet op de noodzaak het resocialisatieproces zorgvuldig te faseren in een langdurend traject, is het hof van oordeel dat een verlenging met twee jaar geïndiceerd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen