Hof Arnhem 3 januari 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AU9940

Het onderhavige hoger beroep betreft de vraag of [appellant] aanspraak heeft op schadevergoeding voor het gebruik door [geïntimeerde] van de onder 3.2 bedoelde grond na beëindiging van de pachtovereenkomst. [appellant] stelt dienaangaande, dat hij op de voormalig verpachte grond een bedrijfshal met kassen zou hebben gebouwd, hetgeen nu pas in 2003 kon worden gerealiseerd. In verband met inmiddels hoger geworden bouwkosten en winstderving vordert hij uit onrechtmatige daad bedragen van € 49.416,66 en € 381.642,50. Bovendien vordert hij een bedrag van € 1.329,56 wegens proceskosten en door hem aan [geïntimeerde] betaalde schadevergoeding in verband met het onder 3.5 bedoelde kort geding. De pachtkamer in eerste aanleg heeft de vordering van [appellant] afgewezen. De grieven stellen dit oordeel ter discussie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen