Hof Arnhem 15 april 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:BC7868
591a Sv: De raadsman heeft verzoeker bijgestaan in de strafzaak en in een beroepszaak bij de Reclame Codecommissie en bij het College van Beroep. De strafzaak en de beroepszaak hebben tot 1 januari 2003 naast elkaar gelopen. De raadsman heeft beide zaken niet apart gedeclareerd en heeft ten behoeve van het onderhavige verzoek achteraf handmatig in de overgelegde declaraties aangegeven welke verrichtingen betrekking hebben op de beroepszaak. Gebleken is dat die handmatige correctie niet zonder fouten is gegaan. Het hof is van oordeel dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn declaraties in strafzaken zodanig inricht dat deze, onder meer met het oog op een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, een helder en inzichtelijk beeld geven van zijn verrichtingen als raadsman. Daarvan is bij de declaraties van raadsman over de periode tot 1 januari 2003 onvoldoende sprake. De declaraties kunnen dan ook geen deugdelijk basis bieden voor het toekennen van een vergoeding voor de kosten van de raadsman. Het hof zal die kosten dan ook naar eigen inzicht op basis van redelijkheid en billijkheid schatten.
De uitspraak op rechtspraak.nl