Hof Arnhem 25 oktober 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AU6605
Het onderhavige hoger beroep betreft de vordering van [appellanten] tot verklaring voor recht dat de pachtovereenkomst is geëindigd door het onder 3.4 bedoelde aangetekend schrijven van 24 november 1997. De pachtkamer in eerste aanleg heeft deze vordering afgewezen onder voorbijgaan aan een bewijsaanbod van [appellanten] Dit bewijsaanbod had betrekking op een door [appellanten] gestelde bespreking die 3 oktober 1996 gehouden zou zijn tussen [D.], [B.] en [geïntimeerde sub 1] en waarin zou zijn afgesproken dat [B.] het aanspreekpunt zou vormen en correspondentie naar zijn adres gezonden diende te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl