Hof Arnhem 31 oktober 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AU6542

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte zich gedurende de periode van 1 november 1999 tot en met 31 maart 2004 schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van het voorschrift van artikel 82, eerste lid, van de WTK. Door aldus te handelen heeft verdachte zich op een gereguleerde markt begeven zonder zich aan de daarbij behorende markttoetredingsbepalingen te houden. Zij heeft zich, zonder haar cliënten noemenswaardige veiligheid te bieden voor de aanzienlijke beleggingen waartoe zij hen wist te verleiden, aan het toezicht door de bankinstelling onttrokken, welk toezicht wordt uitgeoefend met het oog op de stabiliteit van de financiële sector en de bescherming van de belangen van crediteuren in het algemeen. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen