Hof Arnhem 9 augustus 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AU0822
Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de verschillende schadeposten kan thans berekend worden wat de hoogte is van de respectievelijk door Zürich en geïntimeerde I aan appellant verschuldigde schadevergoeding. Niet gebleken is óf Zürich c.s., en zo ja welke, betalingen naar aanleiding van het bestreden vonnis aan appellant hebben gedaan. Om deze reden zal appellant in de gelegenheid worden gesteld om op na te melden rolzitting, naast de hiervoor in rov. 4.40 en 4.44 vermelde berekeningen, tevens bij akte een berekening in het geding te brengen van de totaal door Zürich c.s. verschuldigde schadevergoeding, inclusief de hierover verschuldigde wettelijke rente tot op heden, en met een uitsplitsing van welke bedragen door respectievelijk Zürich en geïntimeerde I moeten worden voldaan, alsmede van de bedragen die Zürich c.s. op welke data hebben betaald en de toerekening daarvan aan de onderscheiden schadeposten, waarna Zürich c.s. in de gelegenheid gesteld zullen worden om op deze berekeningen te reageren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl