Hof Arnhem 12 juli 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT9863
Eindarrest en tussenarrest. Beroep op art 1:88 BW. Het hof blijft bij zijn oordeel dat de Volksbank als een in de grensstreek opererende bank na de uitspraak van dit hof op 1 oktober 1986 meer alert had moeten zijn op mogelijke (nieuwe) problemen met het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW bij het sluiten van borgtochtovereenkomsten met in Nederland wonende Nederlanders. Dat de Volksbank thans niet meer kan traceren of en in hoeverre destijds naar aanleiding van het door het hof gewezen arrest maatregelen zijn genomen, komt derhalve naar redelijkheid voor haar rekening. Daarnaast brengt in het onderhavige geval - waarin een in de grensstreek opererende bank regelmatig financiële overeenkomsten aangaat met in Nederland wonende Nederlanders - enkel tijdsverloop (na 1986) niet mee dat de alertheid bij de Volksbank op mogelijke (nieuwe) problemen met het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW redelijkerwijs had mogen verminderen. Ook doet het feit dat de Volksbank in haar huidige rechtsvorm het resultaat is van een fusie tussen de Volksbank Kleve eG (tegen wie het vonnis van 1 oktober 1986 is gewezen) en de Volksbank Kalkar eG aan het voorgaande niet af. Van de Volksbank, als een in de grensstreek opererende bank, mocht verwacht worden dat opgedane (relevante) kennis van het Nederlandse recht (ook na de fusie) binnen de organisatie behouden bleef.
De uitspraak op rechtspraak.nl