Hof Arnhem 11 juli 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT9291
Door de bestemming ‘feed’ (bestemd voor de veevoederindustrie en daarmee derhalve niet bestemd voor menselijke consumptie) die de producent in de tenlastegelegde periode zowel intern als extern aan de caseïnaten gaf, is er - nu de caseïnaten producten van dierlijke oorsprong zijn - sprake van dierlijk afval en dus van laag-risicomateriaal in de zin van artikel 2, derde lid, van de Destructiewet. De caseïnaten zijn dientengevolge destructiemateriaal in de zin van artikel 1 onder d van de Destructiewet. Door als “feed” aangeduide caseïnaten op te waarderen tot foodgrade - oftewel: bestemd voor de levensmiddelenindustrie - heeft verdachte destructiemateriaal onttrokken aan verwerking. Dat de caseïnaten vanwege hun samenstelling mogelijk geschikt zouden zijn om in levensmiddelen te worden verwerkt, zoals namens verdachte is aangevoerd, is niet doorslaggevend. Door het opwaarderen van de caseïnaten van "feed" tot "foodgrade" heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat destructiemateriaal werd onttrokken aan verwerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl