Hof Arnhem 15 maart 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT2188
Beknopt weergegeven betreft het onderhavige hoger beroep de volgende kwestie. [appellant] heeft in 1998 land verkocht aan de gemeente ter voorkoming van onteigening in verband met plannen van de gemeente om ter plaatse na bestemmingswijziging tot woningbouw over te gaan. De gemeente heeft een gedeelte van dat land tegen vergoeding aan [appellant] ter beschikking gesteld voor tijdelijk voortgezet gebruik. Bij vonnis van 12 november 2003 heeft de pachtkamer van de rechtbank te Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem, ter zake van dat gedeelte een pachtovereenkomst vastgelegd. Rond diezelfde tijd heeft de gemeente gevorderd dat de pachtovereenkomst zal worden ontbonden, [appellant] zal worden veroordeeld tot ontruiming en de aan [appellant] toekomende schadeloosstelling ex art. 52 van de Pachtwet op nihil zal worden bepaald. In het aangevallen vonnis heeft de eerdergenoemde pachtkamer - onder meer - [appellant] tot ontruiming veroordeeld en de beslissing over de ontbinding en schadeloosstelling aangehouden. Het onderhavige hoger beroep stelt de veroordeling tot ontruiming ter discussie.
De uitspraak op rechtspraak.nl