Hof Arnhem 21 februari 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AS8164

Bij beschikking van de rechtbank te Almelo van 5 januari 2005 is het verzoek van appellanten (hierna te noemen: UWV en CZV) strekkende tot faillietverklaring van geïntimeerde afgewezen. UWV en CZV handhaven in hoger beroep hun standpunt dat zij een opeisbare (rest)vordering hebben op [geïntimeerde], dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers en dat [geïntimeerde] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Ingevolge artikel 1q lid 2 van de Ziekenfondswet is CZV belast met het beheer van de Algemene Kas. De ziekenfondspremies worden daarentegen - ingevolge artikel 15 lid 3 Ziekenfondswet - vastgesteld door het UWV en ook door deze geïnd. UWV stort dan vervolgens op grond van artikel 15 lid 5 Ziekenfondswet de ontvangen bedragen in de Algemene Kas. Uit het systeem van de Ziekenfondswet volgt dat ten aanzien van de ziekenfondspremies alleen UWV als schuldeiser kan worden aangemerkt en de curator in het faillissement alleen met het UWV te maken zal hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen