Hof Arnhem 23 augustus 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:465
Art. 50 Pachtwet Het aanhangig zijn van een verdelingsprocedure tussen medepachters brengt niet zonder meer mee dat met een vordering tot ontslag van een medepachter uit de pacht op de voet van art. 50 lid 3 Pachtwet geen (redelijk) belang wordt gediend. De gewone burgerlijke rechter kan immers alleen beslissen over de verdeling tussen de medepachters onderling en niet over de rechtsverhouding ten opzichte van de verpachter.
De uitspraak op rechtspraak.nl