Hof Arnhem 10 augustus 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AR4573
Naar de rechtbank in hoger beroep onbestreden heeft vastgesteld, hebben [X.] en [Y.] erkend dat [X.] (door niet binnen dertig dagen na 17 maart 1995 een motivering van het beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen) een beroepsfout heeft gemaakt en zijn zij voor de gevolgen daarvan jegens CAD aansprakelijk, [Y.] als contractspartij uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming en [X.] uit hoofde van onrechtmatige daad. De rechtbank heeft Beheer in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een contractuele relatie (vonnis onder 4.1), van een onrechtmatige daad (vonnis onder 4.2) en van een eigen verhaalsrecht (vonnis onder 4.3). Daartegen richt Beheer haar appèl met respectievelijk drie grieven.
De uitspraak op rechtspraak.nl