Hof Arnhem 10 september 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AR1937

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat voor bewezenverklaring van het plegen van “naaktrecreatie op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die daartoe niet geschikt is” (art. 430a Sr), het feit dat een aanpalend gebied wel voor naaktrecreatie is aangewezen onvoldoende bewijs is voor de ongeschiktheid van de betreffende locatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen