Hof Arnhem 2 juni 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AP3619
Verdachte heeft tijdens zijn voorlopige hechtenis langer dan 10 dagen in een politiecel verbleven. Bij de vraag of de hierboven geschetste en op zich onwenselijke gang van zaken er toe zou moeten leiden dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven, dient een belangenafweging te worden gemaakt. Na afweging van alle relevante feiten en omstandigheden, daarbij in het bijzonder acht slaand op het feit dat verdachte reeds op 4 mei 2004, de dag na die waarop verdachte volgens artikel 15a van de Penitentiaire Beginselenwet in een Huis van Bewaring geplaatst had moeten zijn, alsnog daar is geplaatst, brengt het hof tot de beslissing dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl