Hof Arnhem 2 maart 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO7563
Het onderhavige geschil betreft de vraag of er tussen partijen pachtovereenkomsten zijn tot stand gekomen met betrekking tot de onder 4.4 bedoelde circa 60 ha en circa 30 ha grond (verder ook te noemen: "de 60 ha" respectievelijk "de 30 ha"). Daalland vordert vastlegging van een pachtovereenkomst ter zake van die gronden. De pachtkamer in eerste aanleg heeft na bewijslevering de vordering van Daalland toegewezen voor zover het betrof de percelen ter zake waarvan met zoveel woorden vastlegging van een pachtovereenkomst was gevorderd (50.79.45 resp. 14.53.55 ha). In principaal appèl vordert De Molensteen alsnog afwijzing van de vordering van Daalland. In incidenteel appèl vordert Daalland uitbreiding van de vastlegging met een aantal andere tot de 30 ha behorende percelen, waarvan zij thans de kadastrale aanduiding vermeldt.
De uitspraak op rechtspraak.nl