Hof Arnhem 24 februari 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO7345
Onder verwijzing naar de arresten van 23 december 1988 en 24 oktober 1997 van de Hoge Raad is het hof dan ook van oordeel dat deze uitkering voorzover betrekking hebbend op materiële schade geleden in de periode na de ontbinding van het huwelijk en op de gehele immateriële schade op bijzondere wijze aan de man verknocht is en dat deze verknochtheid er zich tegen verzet dat dit deel van de uitkering in de gemeenschap valt, zoals de rechtbank juist heeft beslist. Daaraan doet niet af dat de uitkering geheel tijdens het huwelijk is ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl