Hof Arnhem 20 januari 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO5917
[appellant] houdt [geïntimeerden] op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor de (letsel)schade die hij heeft geleden en lijdt als gevolg van het hem als schepeling op het destijds aan [geïntimeerden] in eigendom toebehorende Nederlandse zeeschip “Dina Jacoba” op 21 januari 1994 te Ancona, Italië, overkomen ongeval. [appellant], als scheepskok/matroos in dienst van [geïntimeerden], is aan dek van dat daar aan de kade liggende schip bekneld geraakt tussen de door vier bemanningsleden uitgelegde loopplank en de opbouw van het schip. [appellant] verwijt [geïntimeerden] dat deze als werkgever niet de zorg heeft betracht die hem ten opzichte van de veiligheid van de zich aan boord van het schip bevindende [appellant] betaamde. De ligging van de loopplank was volgens [appellant] noch aan de wal noch aan boord voldoende gezekerd. Ook had kapitein [geïntimeerde sub 2] hem moeten sommeren zich in veiligheid te stellen en moeten waarschuwen de loopplank niet beet te pakken.
De uitspraak op rechtspraak.nl