Hof Arnhem 22 januari 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO5119
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur terecht een naheffingsaanslag in de dividendbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd terzake van de uitkering van ƒ 66.033.071 aan dividend door belanghebbende aan de tussenhoudster. Meer in het bijzonder spitst het geschil zich primair toe op de vraag of de aandelen in belanghebbende behoren tot het vermogen van de in Nederland gelegen vaste inrichting van de tussenhoudster, zodat inhouding van dividendbelasting ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 (tekst 1989) achterwege kan worden gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl