Hof Arnhem 23 december 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AO2361
De vorderingen van de vrouw in eerste aanleg strekken primair tot verrekening met in achtneming van het arrest van de Hoge Raad van 27 november 1981, NJ 1982, 503 ([B/L]) en subsidiair tot verevening op de voet van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Stb. 342 (verder te noemen: Wvps) van het aan de man als reservist (in de rang van kolonel) bij beschikking van de Staatssecretaris van Defensie van 18 juli 2000 uit hoofde van artikel E 3 eerste lid en onder a van de Algemene militaire pensioenwet (Stb. 1988, 284) toegekende recht op pensioen.
De uitspraak op rechtspraak.nl