Hof Arnhem 11 november 2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AO1742
Het hof heeft in dat tussenarrest overwogen dat naar zijn voorlopig oordeel [H.K.] tegen géén der drie dwangbevelen, te weten die van 16 oktober 1998 (hem betekend op 26 oktober 1998), van 16 december 1998 (hem betekend op 23 december 1998) en van 7 april 1999 (hem betekend op 12 april 1999) tijdig in verzet is gekomen, omdat die dwangbevelen alle steunen op de dwangsombeschikking van 19 december 1995, zodat daarvoor ingevolge de artikelen 132 en 136 van de Gemeentewet, die krachtens het overgangsrecht bij de Wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), Stb. 333, van toepassing bleven, een verzettermijn van dertig dagen gold.
De uitspraak op rechtspraak.nl