Hof Arnhem 29 september 1999, ECLI:NL:GHARN:1999:AA1346
Rijksbeleid tot het snel in gebruik nemen van alternatieve energiebronnen als windenergie vormt i.c. onvoldoende rechtvaardiging voor verlenen van anticipatieve bouwvergunning voor windmolenpark. Verlenen vergunning en vrijstelling (19 WRO) voor bouw windmolenpark bestaande uit 6 windturbines met een maximale hoogte van 84 meter in polder Beschoot. Het in het rijksbeleid voorgestane belang tot het zo snel mogelijk in gebruik nemen van alternatieve energiebronnen als windenergie en daarmee het terugdringen van de CO2-uitstoot vormt i.c. onvoldoende rechtvaardiging voor toepassing van art. 19 WRO. Zulks gelet op de hoogte van de onderhavige windmolens en het karakter van het betrokken landschap. In aanmerking genomen de op de gronden rustende bestemming "Agrarische doeleinden" en "Groenvoorzieningen" maakt het bouwplan een ernstige inbreuk op het planologisch regime en gezien de hoogte van de windmolens wordt een ingrijpende wijziging van het landschap veroorzaakt die van grote invloed is op de omgeving. Een specifiek met de bouw van dit windmolenpark gediend (spoedeisend) belang is voorts niet aangegeven. mr. M. Zijp (president) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wester-Koggenland verweerder. Deze uitspraak is tevens met een Awb-selectiemotief opgenomen in deze Nieuwsbrief onder nummer 359.
De uitspraak op rechtspraak.nl