Hof Arnhem 29 december 1989, ECLI:NL:GHARN:1989:AZ1392

De veroordeelde is, op grond van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, in afwachting van plaatsing in een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Die stoornis werd klaarblijkelijk zo ernstig geacht, dat door de Minister van Justitie machtiging werd verleend veroordeelde te doen verplegen in het psychiatrisch centrum te ’s-Gravenhage op grond van artikel 47 Gevangenismaatregel. Het hof is van oordeel dat het bovenstaande een omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 15a lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht, op grond waarvan vervroegde invrijheidstelling kan worden uitgesteld. Nu deze omstandigheid zich heeft voorgedaan na de aanvang van de dertig-dagentermijn als bedoeld in artikel 15a lid 4 Wetboek van Strafrecht is de procureur-generaal ontvankelijk in zijn vordering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen