Hof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6543

Artikel 1:450 lid 1 BW en artikel 1:431 lid 1 BW. Bekrachtiging instellen mentorschap en vernietiging instellen bewind.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.364.791/01 (bewind) en 200.364.794/01 (mentorschap)
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 11868461 en 11868462)
beschikking van 13 oktober 2026
inzake
[verzoekster] ( [verzoekster] ),
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. C.E. Tonningen-ter Huizen te [woonplaats1] ,
en
Stichting Kwintes (Kwintes),
verweerster in hoger beroep,
gevestigd te Zeist,
mr. H.C.J. Oomen te Beuningen (GLD).
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1] (de moeder),
wonende te [woonplaats1] ,
[belanghebbende2] (de vader),
gevestigd te [woonplaats1] ,
[belanghebbende3] (de broer),
wonende te [woonplaats2] ,
HBCM Laren B.V. (de bewindvoerder/mentor)
gevestigd te Laren.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 30 oktober 2025, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
200.364.791/01
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 29 januari 2026;
- een journaalbericht namens [verzoekster] van 27 februari 2026 met bijlage(n);
- een verweerschrift van Kwintes;
- een brief van de bewindvoerder van 17 april 2026;
- een brief van de vader en de moeder van 9 augustus 2026;
- een journaalbericht van [verzoekster] van 4 september 2026 met bijlage(n);
200.364.794/01
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 29 januari 2026;
- een journaalbericht namens [verzoekster] van 27 februari 2026 met bijlage(n);
- een verweerschrift van Kwintes;
- een brief van de vader en de moeder van 9 augustus 2026;
- een journaalbericht van [verzoekster] van 4 september 2026 met bijlage(n).

In beide zaken

2.2 De mondelinge behandeling heeft op 16 september 2026 plaatsgevonden.
Aanwezig waren [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat, twee medewerkers van Kwintes, bijgestaan door hun advocaat, de vader, de moeder, de broer en [naam] namens de bewindvoerder/mentor. Aan een stagiaire van mr. Tonningen en een medewerkster van GGZ [woonplaats1] is bijzondere toegang tot de zitting verleend.

3 De feiten

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 5 september 2025, heeft Kwintes verzocht een bewind in te stellen over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan [verzoekster] . Ook heeft Kwintes verzocht een mentorschap in te stellen ten behoeve van [verzoekster] en HBCM Laren B.V. tot bewindvoerder en mentor te benoemen.

4 De omvang van het geschil

4.1 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking van 30 oktober 2025 met zaaknummer 11868461 een bewind ingesteld voor onbepaalde tijd over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan [verzoekster] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand en HBCM Laren B.V. benoemd tot bewindvoerder.

4.2 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking van 30 oktober 2025 met zaaknummer 11868462 een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoekster] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand en HBCM Laren B.V. benoemd tot mentor.

4.3 [verzoekster] is in hoger beroep gekomen van de beschikkingen van 30 oktober 2025.
[verzoekster] verzoekt het hof om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de verzoeken tot voeging toe te wijzen en de zaken met nummers 11868461 (bewind) en 11868462 (mentorschap) gevoegd te behandelen;
de bestreden beschikkingen te vernietigen en, opnieuw rechtdoende:
primair: de inleidende verzoeken van Kwintes tot onderbewindstelling en instelling van het mentorschap alsnog af te wijzen;
subsidiair: althans, in ieder geval het inleidende verzoekt tot instelling van het mentorschap af te wijzen (indien het hof het bewind noodzakelijk acht), de bestreden beschikking ten aanzien van het bewind te bekrachtigen,
doch daarbij de huidige bewindvoerder te ontslaan en een door het hof te benoemen onafhankelijk bewindvoerder aan te stellen, waarbij het hof acht kan slaan op een door [verzoekster] (na overleg met haar hulpverlener) voorgedragen kandidaat;
3. meer subsidiair: indien het hof enige maatregel (bewind en/of mentorschap) in stand laat: de huidige bewindvoerder en/of mentor (HBCM Laren B.V.) te ontslaan, waarbij het hof acht kan slaan op een door [verzoekster] (na overleg met haar hulpverlener) voor te dragen onafhankelijke kandidaat;
4. Kwintes te veroordelen in de kosten van deze procedure.

5 De motivering van de beslissing

Mentorschap (200.364.794/01)

5.1 Volgens artikel 1:450, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.

5.2 Het hof is van oordeel dat [verzoekster] als gevolg van haar geestelijke toestand niet in staat
is ten volle haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen en dat het mentorschap door de kantonrechter op goede gronden is ingesteld. Het hof heeft hierbij het volgende in aanmerking genomen.

5.3 Uit de stukken en wat tijdens de zitting bij het hof is besproken, is gebleken dat Kwintes, op advies van Veilig Thuis, een verzoek bij de kantonrechter heeft ingediend tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] met benoeming van HBCM Laren B.V. tot mentor. Veilig Thuis is na verschillende zorgmeldingen in 2024 betrokken geraakt bij [verzoekster] , die thuis bij haar ouders woont. Uit het onderzoek van Veilig Thuis is gebleken dat er sprake is van huiselijk geweld tussen [verzoekster] en haar ouders. Volgens informatie van het FACT en Kwintes heeft [verzoekster] met haar autisme, dwang- en eetstoornis, obsessief-compulsieve stoornis en ouder-kindrelatieproblematiek duidelijke kaders nodig en opvoeders die bij haar aansluiten. Het lukt de ouders van [verzoekster] niet om haar de juiste begeleiding en hulp te bieden, waardoor er voortdurend sprake is van onveiligheid en escalaties in het gezin.
Veilig Thuis vindt het van groot belang dat [verzoekster] een onafhankelijke mentor krijgt om haar en haar ouders te ontlasten. Veilig Thuis heeft er daarnaast op gewezen dat het, voor de veiligheid van [verzoekster] en haar ouders, van groot belang is dat [verzoekster] zo snel mogelijk een (beschermd wonen) plek voor zichzelf krijgt waar zij de hulp kan ontvangen die zij nodig heeft en waar zij de ruimte krijgt om zich verder te ontwikkelen. Een mentor kan (samen met de huidige hulpverlening van FACT en Kwintes) helpen bij het vinden van een eigen woonplek. In de brief van [naam2] , gedragswetenschapper bij Kwintes, wordt de onveilige thuissituatie van [verzoekster] bevestigd en uiteengezet dat ze gebaat is bij een mentor die haar ondersteunt bij het maken van belangrijke keuzes en die samen met haar werkt aan het doorbreken van de huidige negatieve vicieuze cirkel. Aan [verzoekster] wordt ambulante begeleiding vanuit een gespecialiseerd autismeteam van Kwintes geboden, maar omdat [verzoekster] zelf de volledige regie wil houden over haar leven en in hoge mate bepaalt wat zorgverleners wel of niet mogen doen, stagneert de begeleiding.
Zo weigert [verzoekster] inhoudelijke afstemming tussen Kwintes en haar behandelaren bij GGZ Centraal. Dit gaat ten koste van de continuïteit en effectiviteit van de zorg.

5.4 Het hof acht het van belang en noodzakelijk dat ten behoeve van [verzoekster] een mentorschap is ingesteld en dat dit wordt voortgezet. Er is veel specialistische hulpverlening voor [verzoekster] nodig. Zij wil daar zelf controle over hebben en vergaand regie op voeren.
De wens van [verzoekster] om autonoom en zelfstandig haar zorgzaken te mogen regelen, is begrijpelijk, maar als gevolg van haar complexe psychiatrische problematiek niet haalbaar gebleken. Haar sterkte behoefte om alles te bepalen staat eraan in de weg dat zij voldoende van de geboden hulp kan profiteren doordat zij in beslag wordt genomen door haar controledrang. [verzoekster] staat niet toe dat hulpverleners met elkaar overleggen en geeft daarover aan dat zij het aanvoelt als mensen over haar praten (ook als dit op afstand is) en dat dit haar heel erg van de wijs brengt. Een mentor kan er vanuit zijn regierol op toezien dat de verschillende hulpverleners onderling informatie kunnen uitwisselen en in samenspraak kunnen optreden in het belang van [verzoekster] . Daarnaast kan de mentor [verzoekster] , samen met de hulpverlening, begeleiden in het vinden van een geschikte woonruimte en het voortzetten van de benodigde hulpverlening en waar nodig de regie nemen over de hulpverlening. Het hof acht dit in het belang van alle betrokkenen en neemt hierbij in aanmerking dat het gezinssysteem van [verzoekster] op dit moment compleet overbelast en onveilig is.

5.5 Op grond van het voorgaande, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

Bewind (200.364.791/01)

5.6 Op grond van artikel 1:431, eerste lid, BW kan de kantonrechter een bewind instellen over een of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren
a. voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. voor een bepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.

5.7 Anders dan de kantonrechter, is het hof van oordeel dat niet is aangetoond dat het instellen van een bewind over de gelden en goederen van [verzoekster] noodzakelijk is en er geen minder verstrekkende hulp op financieel gebied kan worden ingezet. Het instellen van een bewind is een verstrekkende maatregel die de autonomie van een individu inperkt. De maatregel kan alleen worden ingesteld als minder verstrekkende mogelijkheden niet toereikend zijn. Het lag op de weg van Kwintes om te onderbouwen dat het instellen van een bewind noodzakelijk is omdat minder verstrekkende mogelijkheden niet toereikend zijn gebleken. Die onderbouwing ontbreekt. Kwintes zag aanvankelijk ook niet de noodzaak van het instellen van een bewind en was eerst van plan om alleen een mentorschap voor [verzoekster] aan te vragen. Op verzoek van de (huidige) mentor die Kwintes had benaderd, heeft Kwintes de kantonrechter verzocht om naast een mentorschap ook een bewind in te stellen over de gelden en goederen van [verzoekster] . Tijdens de zitting bij het hof gaf de bewindvoerder/mentor aan dat het instellen van een bewind van belang is, omdat dat voor [verzoekster] rust creëert.
Hiermee is niet aangetoond dat [verzoekster] niet zelf in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Ook anderszins is niet gebleken dat [verzoekster] haar financiële zaken niet zelf kan regelen. Het enkele gegeven dat [verzoekster] dit nog nooit zelf gedaan heeft omdat het door anderen voor haar werd gedaan, is hiervoor onvoldoende. [verzoekster] heeft zelf aangegeven dat zij inziet dat zij hulp nodig heeft bij het organiseren van haar financiën en dat Humanitas haar hulp kan bieden bij haar administratie, budgetteren en het aanvragen van toeslagen. Dit levert een minder verstrekkende mogelijkheid voor [verzoekster] op om -met hulp op vrijwillige basis- zelf haar financiële zaken te kunnen behartigen.

5.8 Op grond van het voorgaande, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek tot instellen van een bewind alsnog afwijzen.

5.9 Het hof overweegt tenslotte dat, nu de beschikking waarbij het bewind is uitgesproken zal worden vernietigd en het verzoek tot onderbewindstelling alsnog zal worden afgewezen, de taak van de bewindvoerder op grond van artikel 1:384 BW juncto 1:448, vierde lid, BW de dag na deze uitspraak eindigt. De inmiddels door de bewindvoerder verrichte handelingen blijven voor [verzoekster] verbindend.

Het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek in hoger beroep

5.10 De beslissingen om het mentorschap in stand te laten en het bewind niet, leiden ertoe dat ook het subsidiaire verzoek van [verzoekster] zal worden afgewezen. Het hof heeft hiervoor immers al uiteengezet dat het van oordeel is dat het mentorschap moet blijven. Het meer subsidiaire verzoek van [verzoekster] om de huidige bewindvoerder/mentor te ontslaan, waarbij het hof acht kan slaan op een door [verzoekster] voor te dragen onafhankelijke kandidaat, zal het hof eveneens afwijzen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat er al een procedure bij de kantonrechter aanhangig is met betrekking tot de verzoeken van de bewindvoerder/mentor tot ontslag. Daarnaast is door [verzoekster] onvoldoende aangetoond waarom de huidige bewindvoerder/mentor zou moeten worden ontslagen. Ook is er namens [verzoekster] niemand voorgedragen als nieuwe bewindvoerder/mentor.

Proceskosten

5.11 Het hof ziet in wat door [verzoekster] is aangevoerd geen reden om Kwintes tot betaling van de proceskosten te veroordelen en zal haar verzoek daartoe afwijzen. Gelet op de aard van de onderhavige procedure zal het hof de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

200.364.794/01

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 30 oktober 2025, met zaaknummer 11868462, waarin een mentorschap is ingesteld ten behoeve van [verzoekster] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand en HBCM Laren B.V. is benoemd tot mentor;

compenseert de kosten van het geding in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af;

200.364.791/01

vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 30 oktober 2025, met zaaknummer 11868461, en opnieuw beschikkende;

wijst het verzoek tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoekster] alsnog af;

compenseert de kosten van het geding in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Knot, F. van der Meulen en F. Menso, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Aangehaalde artikelen