Hof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1785
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2024:6814. Vordering tot vernietiging van arbitrale vonnissen. In het tussenarrest heeft het hof de vernietigingsprocedure geschorst om de commissie van scheidslieden in staat te stellen de geconstateerde grond voor vernietiging van een onderdeel van het arbitrale eindvonnis ongedaan te maken. De commissie heeft de arbitrale procedure vervolgens heropend, partijen gehoord en een herzien arbitraal eindvonnis gewezen. Het hof oordeelt in dit eindarrest dat de geconstateerde grond voor vernietiging van het oorspronkelijke arbitrale eindvonnis daarmee is weggenomen. Verder is niet gebleken van een grond voor vernietiging van het herziene arbitrale eindvonnis. Het hof wijst de vordering tot vernietiging daarom af.
De uitspraak op rechtspraak.nl