Hof Arnhem-Leeuwarden 13 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:167
Schuldenaar heeft na zijn faillietverklaring een bankrekening geopend bij een Duitse bank. Omdat de schuldenaar door het faillissement niet meer bevoegd was om geld van die rekening op te nemen en betalingen en overschrijvingen te verrichten, maar dat wel heeft gedaan, vordert de curator een vergoeding van de bank. De bank verweert zich met de stelling dat zij niet wist van het faillissement omdat het niet in Duitsland was ingeschreven. Net als de rechtbank stelt het hof de curator in het gelijk. Art. 20, 23, 24 en 52 Faillissementswet. Art. 28, 29 en 31 Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures.
De uitspraak op rechtspraak.nl