Hof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8082
Twee broers hebben een vennootschap onder firma waarin een agrarisch bedrijf wordt gevoerd. Vanwege de gespannen verhoudingen wordt in 2015 besloten de samenwerking te beëindigen. In dat jaar wordt in een beëindigingsovereenkomst een deskundigenprocedure tot vaststelling van de waarde van de onderneming overeengekomen. Sindsdien zet een van de twee broers de onderneming voort. Vervolgens ontstaan tussen beide broers allerlei geschillen waarvoor inmiddels meerdere gerechtelijke procedures zijn gevoerd. Het hof ontbindt per datum arrest de vennootschap op grond van artikel 7A:1684 BW. De toedeling en vereffening houdt het hof aan zich. Aan partijen wordt een boedelbeschrijving gevraagd en de jaarlijkse financiële stukken te overleggen. Voorts worden partijen uitgenodigd zich uit te laten over de te benoemen deskundigen voor de waarde van de onderneming. In het tussenarrest worden een aantal vorderingen van beide broers alvast afgewezen. Gelijktijdig is op een verzoek tot een deskundigenbericht beslist (200.333.184/02). Ook is gelijktijdig in een andere hoger beroepsprocedure tussen beide broers over boetes en dwangsommen een arrest gewezen (200.329.357/01).
De uitspraak op rechtspraak.nl