Hof Arnhem-Leeuwarden 9 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7896

Huurrecht. Woonruimte. Ontbinding en ontruiming. Verhuurder stelt dat huurder en zijn bezoekers ernstige en structurele overlast veroorzaken, prostitutieactiviteiten in zijn woning laat (of liet) verrichten, de huurwoning zonder toestemming in gebruik geeft (of gaf) aan een derde en verdovende middelen in het gehuurde verhandelt en/of gebruikt. Deze tekortkomingen zijn onvoldoende onderbouwd, waardoor het hof niet kan vaststellen dat de huurder op de door verhuurder gestelde wijze tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst. Daarnaast heeft de huurder de huur een aantal maanden niet betaald, daar zijn partijen het over eens. Alles afwegende brengen de hiervoor genoemde specifieke feiten en omstandigheden, alsmede de gevolgen die de ontruiming voor de huurder zal hebben, naar het oordeel van het hof mee dat het woonbelang van de huurder zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder. In dit geval rechtvaardigt de huurachterstand niet de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen. Het hof zal de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde daarom afwijzen. De gevorderde betaling van de huurachterstand zal het hof wel toewijzen, omdat de hoogte daarvan niet is betwist. 7:213 BW, 6:265 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken