Hof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6355
Penitentiair recht. TBS met verpleging van overheidswege. Vernietiging van de beslissing van de rechtbank. De rechtbank heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, omdat deze te vroeg zou zijn ingediend. Naar het oordeel van het hof heeft de officier van justitie terecht geanticipeerd op de mogelijkheid dat het hof de terbeschikkingstelling in de zaak met nummer P23-246 met een termijn van een jaar zou kunnen verlengen en heeft hij in dat licht en met het oog op artikel 6:6:11 van het Wetboek van Strafvordering tijdig een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling bij de rechtbank ingediend. Het hof verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vordering en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren. Zie ook de gelijktijdig behandelde verlengingszaak onder nummer P23-246.
De uitspraak op rechtspraak.nl