Hof Arnhem-Leeuwarden 30 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5991
Belanghebbende is een bedrijfstakpensioenfonds. Zij voert voor de werkgevers in die bedrijfstak de pensioenregeling uit. Belanghebbende besteedt het beheer van de pensioenen uit aan een derde. Die derde brengt daarvoor kosten in rekening, vermeerderd met omzetbelasting (btw). Belanghebbende wil die btw als voorbelasting in aftrek brengen. Om voorbelasting in aftrek te kunnen brengen, is het noodzakelijk dat die voorbelasting ziet op belaste prestaties van belanghebbende. Belanghebbende heeft daarom gesteld dat het uitvoeren van de pensioenregeling een belaste prestatie is. De Inspecteur heeft dit betwist en gesteld dat belanghebbende alleen vrijgestelde prestaties verricht, en daarom de voorbelasting niet in aftrek kan brengen. De Inspecteur vindt namelijk dat de uitvoering van de pensioenregeling door belanghebbende onder de vrijstelling voor verzekeringen valt (artikel 11, lid 1, letter k van de Wet OB). Vrijstellingen zijn een uitzondering op het uitgangspunt dat iedere prestatie is belast met btw. Het Hof oordeelt dat de uitvoering van de pensioenregeling door belanghebbende aan de werkgevers niet is vrijgesteld. Voor de vrijstelling voor verzekeringen is namelijk een van de voorwaarden dat tegen voorafgaande betaling van een premie het verzekerde risico (invaliditeit, ouderdom, overlijden) wordt overgedragen aan de verzekeraar. De wetgever heeft bij het maken van de Pensioenwet aangegeven dat voor werknemers premiebetaling geen voorwaarde mag zijn om de pensioenuitkering te ontvangen. Belanghebbende heeft dit ook zo opgenomen in haar pensioenregeling. Voor een deelnemer is het dus niet noodzakelijk dat de werkgever de premie heeft betaald om de pensioenuitkering te ontvangen. Daarom is niet voldaan aan deze voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling en is sprake van een btw-belaste pensioenuitvoeringsdienst. Belanghebbende kan daarom de door haar aan de derde betaalde btw aftrekken. Vervolgens is de vraag over welk deel van de vergoeding (de premie) die aan belanghebbende wordt betaald btw verschuldigd is. Belanghebbende stelt dat zij slechts over een deel van de premie btw verschuldigd is. De Inspecteur heeft gesteld dat in dat geval over de volledige premie btw verschuldigd is. Het Hof is van oordeel dat in dit geval over het geheel van de ontvangen vergoeding, de gehele premie, btw verschuldigd is. Belanghebbende ontvangt de premie voor het uitvoeren van de pensioenregeling en kan vrij beschikken over de totale premie. Het gevolg is dat de totaal ontvangen vergoeding (de premie) die belanghebbende van de werkgevers als vergoeding ontvangt voor het uitvoeren van de pensioenregeling btw-belast is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3a PSW
- Artikel 8 Wet OB
- Artikel 11 Wet OB
- Artikel 15 Wet OB
- Artikel 2 Bpf
- Artikel 4 Bpf
- Artikel 1 Penw.
- Artikel 128 Penw.
- Artikel 131 Penw.
- Artikel 132 Penw.
- Artikel 134 Penw.
- Artikel 138 Penw.
- Artikel 139 Penw.
- Artikel 140 Penw.
- Artikel 145 Penw.
- Artikel 23a Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen