Hof Arnhem-Leeuwarden 9 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5495

Onderzoek Rebec. Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor het samen met de twee medeverdachten plegen van een poging tot moord op een persoon op 5 oktober 2021 in (plaats). De verdachte wordt ook veroordeeld voor het voorhanden hebben van de gebruikte pistoolmitrailleur. Omdat de verdachte in twee andere zaken al door de rechtbank is veroordeeld tot (in totaal) de maximale gevangenisstraf van 30 jaar, kan het hof hem voor deze poging tot moord geen gevangenisstraf meer opleggen. Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dat inhoudt dat de verdachte wordt veroordeeld, zonder oplegging van een straf. Het hof is echter van oordeel dat toepassing van artikel 9a Sr absoluut geen recht doet aan de aard en ernst van de feiten. Dat zou namelijk betekenen dat de verdachte onbestraft blijft na het plegen van zeer ernstige feiten. Het hof veroordeelt de verdachte daarom tot een geldboete van € 120.000,00. Hoewel ook deze straf niet in verhouding staat tot de aard en ernst van de feiten, is de oplegging van een aanzienlijke geldboete volgens het hof de enige mogelijke afdoening waarbij verdachte nog enigszins gevolgen van zijn handelen zal ondervinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen