Hof Arnhem-Leeuwarden 13 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1428

Verdachte reed op een monowheel en wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan overtreding van artikel 20h van de Wegenverkeerswet 1994 door gebruik te hebben gemaakt van een niet aangewezen motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b van deze wet. Het hof dient in het licht van de tenlastelegging de vraag te beantwoorden of de monowheel van verdachte een motorrijtuig is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994. Nu geen onderzoek is gedaan naar de door de constructie bepaalde maximumsnelheid van de door verdachte gebruikte monowheel en de vraag of de door verdachte gebruikte monowheel was uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van maximaal 4 kW, kan niet worden vastgesteld dat verdachte heeft gereden met een voertuig dat valt onder artikel 20b in verbinding met artikel 20h van de Wegenverkeerswet 1994. In dit verband heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat een monowheel die niet valt onder artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994, omdat de door de constructie bepaalde maximumsnelheid meer dan 25 km/h bedraagt, moet worden aangemerkt als een niet goedgekeurd voertuig als bedoeld in artikel 32 van de Wegenverkeerswet 1994 waarvan het gebruik ingevolge deze bepaling verboden is. Dat feit is echter niet tenlastegelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen