Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6276
Artikel 1:253a BW. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, voor zover daarbij is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de dochter van partijen bij de vader zal zijn, bekrachtigd.
Artikel 1:253a BW. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, voor zover daarbij is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de dochter van partijen bij de vader zal zijn, bekrachtigd.