Hof Arnhem-Leeuwarden 30 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4945
Curator treedt op tegen de bestuurders van een BV die thuiszorg en wijkverpleegkundige zorg verleende. Deze activiteiten zijn op 1 januari 2014 overgenomen van een stichting. Een paar jaar later ging de BV failliet en bleven grote schulden achter. De rechtbank heeft de curator gelijk gegeven in het standpunt dat de bestuurders van de BV hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld, en heeft het aannemelijk geacht dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Daarom zijn deze bestuurders hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het boedeltekort. Het standpunt van de bestuurders in de vrijwaringsprocedure is dat die schade dan voor rekening van het zorgkantoor moet komen. Beslagleggingdoor het zorgkantoor wat namelijk de concrete aanleiding voor het aanvragen van het faillissement. Volgens de bestuurders was die beslagleggingonrechtmatig. Die laatste vordering heeft de rechtbank afgewezen. Het hoger beroep van de bestuurders is tegen al deze beslissingen gericht, maar faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl