Hof Arnhem-Leeuwarden 12 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3974

Het hof veroordeelt een 40-jarige voormalig dansschoolhouder voor een serie zedendelicten tot een gevangenisstraf van 8 jaren, een beroepsverbod voor de duur van 13 jaren en een contactverbod. Het hof komt daarmee, vanwege een op onderdelen andere bewezenverklaring en ten aanzien van feit 4 een zwaardere kwalificatie, tot een hogere straf dan de rechtbank. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode van ruim vijf jaren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van dertien slachtoffers, variërend in leeftijd van 14 tot 30 jaar. Alle slachtoffers waren als leerling en/of dansdocent aan verdachtes dansschool verbonden. Overwegingen over betrouwbaarheid van het bewijs, het bewijsminimum en dwang door feitelijkheden. Gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004402-21
Uitspraak d.d.: 12 mei 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 24 september 2021 met parketnummer 18-226993-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1982,
thans verblijvende in P.I. [plaats 1] te [plaats 1] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 13 april 2023, 14 april 2023 en 12 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal oplegging van een beroepsverbod gevorderd voor de duur van 13 jaren en een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, inhoudende een contactverbod met betrekking tot aangeefsters, met 2 weken vervangende hechtenis voor iedere overtreding van het contactverbod, met een maximum van 6 maanden. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de beslissing van de rechtbank met betrekking tot de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen bevestigt. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. W.J. Ausma, naar voren is gebracht.

Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door mr. M.R.M. Schaap, mr. W. ten Have/mr. N.D. Spijker en mr. C.E. Jeekel namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Noord-Nederland heeft bij voornoemd vonnis de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 tenlastegelegde veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van het voorarrest;

- een beroepsverbod voor de duur van 12 jaren en

- een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, inhoudende een contactverbod met betrekking tot aangeefsters, met 2 weken vervangende hechtenis voor iedere overtreding van het contactverbod, met een maximum van 6 maanden.

Daarnaast heeft de rechtbank beslist op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen.

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat de tenlastelegging in hoger beroep is gewijzigd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep daarom vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na nadere omschrijving en wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1 primair

hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] en het betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer 1] , en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en/of bij het demoteam kon komen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 1] te helpen bij het stretchen en/of

- de deur van de dansschool op slot heeft gedraaid en/of

- die [slachtoffer 1] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 1] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (daarbij) voor die [slachtoffer 1] is gaan zitten, waarbij zijn kruis zich ter hoogte van het hoofd van die [slachtoffer 1] bevond en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in zijn, verdachtes, penis moest bijten en/of hem moest pijpen, waardoor zij in het demoteam kon komen en/of

- die [slachtoffer 1] in een zogeheten vlinderstretch (kleermakerszit) heeft gebracht en/of (daarbij) zijn benen over de benen van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of (daarbij) het hoofd van die [slachtoffer 1] richting zijn, verdachtes, kruis heeft geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer 1] (onverhoeds) heeft betast/aangeraakt terwijl zij aangaf dat niet te willen/met haar hoofd schudde, en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of (daarbij) zijn hand op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden, terwijl die [slachtoffer 1] in een stretchpositie lag/zat en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 1] had aangegeven dat ze niet wilde en/of terwijl die [slachtoffer 1] aan het kokhalzen was,

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 1] was, waardoor die [slachtoffer 1] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij het demoteam van de dansschool te komen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

1 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2003, door zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] te brengen en/of de borsten van die [slachtoffer 1] aan te raken en/of te betasten, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 1] was;

2 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:

- het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en/of

- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere danseres zou worden en/of

- die [slachtoffer 2] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)

- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling(en), terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde en/of

- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden zou zijn

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en/of de eigenaar van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

2 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:

- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en/of

- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere danseres zou worden en/of

- die [slachtoffer 2] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)

- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling(en), terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde en/of

- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden zou zijn

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en/of de eigenaar van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

2 meer subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 8 december 2019, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 3] 2001) door het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2] , terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 2] was;

3 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedag 4] 2005) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] :

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen om haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken en/of les te geven op een dansschool te bereiken en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij op haar 16e les mocht geven op zijn, verdachtes, dansschool en/of

- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 3] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of

- die [slachtoffer 3] bij de rug heeft vastgehouden en/of tegen de bank heeft aangetrokken, terwijl die [slachtoffer 3] in die (pijnlijke) stretchpositie zat, met haar hoofd tegen zijn, verdachtes, buik en/of (waarbij) hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en/of

- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat als zij hem, verdachte, zou pijpen, zij minder buik- en/of rugspieroefeningen hoefde te doen

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 3] was en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2005, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten het (tijdens het stretchen) brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 3] :

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en/of

- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een spagaat/splithouding) heeft gebracht, waarbij die [slachtoffer 3] met haar hoofd tegen zijn verdachtes, buik kwam en/of waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en/of

- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 meer subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het brengen van die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding), waarbij die [slachtoffer 3] met haar hoofd tegen zijn verdachtes, buik kwam en/of waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en/of het (daarbij) vragen aan die [slachtoffer 3] of zij hem, verdachte, wilde pijpen;

4 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse

data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2005, heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten:

- het (tijdens het masseren) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 3] en/of

- het bewegen en/of brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) over de vagina, op en/of rond de clitoris, althans in ieder geval het bewegen en/of brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] en/of

- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 3] ;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- na het stretchen de (pijnlijke) benen en/of liezen van die [slachtoffer 3] heeft gemasseerd, waarbij die [slachtoffer 3] zich voorovergebogen met haar ellebogen steunend op een bank(je) op haar knieën bevond, terwijl hij, verdachte, zich achter haar bevond,

- waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) over de vagina, op en/of rond de clitoris, althans

in ieder geval tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] heeft bewogen en/of gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling(en) en/of daarbij (meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van die [slachtoffer 3] dat zij deze handelingen niet wilde en/of

- terwijl hij, verdachte, de dansdocent van die [slachtoffer 3] was en/of de eigenaar was van de dansschool

waar die [slachtoffer 3] de ambitie had om zelf les te geven en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

4 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (tijdens het masseren) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 3] ;

5 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij door hem, verdachte, zich moest laten masseren, omdat zij anders geen danslessen meer mocht volgen in zijn dansschool en/of

- tijdens voornoemde massage onverhoeds de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] heeft betast en/of

- is doorgegaan met het betasten van de borsten van die [slachtoffer 4] , nadat zij verdachtes handen had weggedrukt

en/of terwijl die [slachtoffer 4] de stiefdochter van hem, verdachte was en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4] was, waardoor die [slachtoffer 4] afhankelijk van hem, verdachte, was om (beter) te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

5 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind en/of met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag 5] 1999) door het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] , terwijl hij de stiefvader en/of de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4] was;

6 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 5] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat haar buik- en/of bilspieren niet stevig genoeg waren en/of zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen en/of dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 5] te helpen bij het stretchen en/of

- die [slachtoffer 5] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 5] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 5] heeft gehouden en/of gedrukt

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 5] was, waardoor die [slachtoffer 5] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en/of om beter te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 5] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

6 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedag 6] 2003), door zijn penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 5] te houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 5] was;

7 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 6] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen en/of dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en/of in het grootste dansteam kon dansen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 6] te helpen bij het stretchen en/of

- die [slachtoffer 6] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 6] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 6] heeft gehouden en/of gedrukt

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 6] was, waardoor [slachtoffer 6] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en/of om beter te kunnen dansen en/of in een dansteam te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 6] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

7 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot 4 juli 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedag 7] 2002), door zijn penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 6] te houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 6] was;

8 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 7] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd dat zij meer moest(en) gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 7] te helpen bij het stretchen en/of

- die [slachtoffer 7] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 7] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon(den) komen en/of (vervolgens)

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 7] heeft gehouden en/of gedrukt en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “doe hem er maar in”

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 7] was, waardoor die [slachtoffer 7] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 7] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

8 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedag 8] 2002) door zijn penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 7] te houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 7] was;

9 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot 1 april 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en/of

- het drukken van zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] , en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar borsten moest masseren, omdat er inwendig iets niet goed was en/of

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar nek en/of schouderklachten kon verhelpen door middel van massage, zodat zij beter kon dansen en/of als zij niet beter ging dansen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 8] dan uit het team moest zetten

en/of

- tijdens voornoemde massage(s) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 8] heeft betast en/of zijn penis tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 8] heeft gehouden en/of gedrukt,

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 8] was, waardoor die [slachtoffer 8] afhankelijk van hem, verdachte, was/waren om beter te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin [slachtoffer 8] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond(en);

9 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot 1 april 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige(n) [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedag 9] 2002) door het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en/of door zijn penis tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 8] te houden en/of te drukken, terwijl hij de dansdocent/ trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 8] was;

10 primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten van die [slachtoffer 9] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij een massage nodig had en/of (daarbij) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9] heeft betast en/of

- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij het knoopje van haar shirt dicht moest doen en/of (daarbij) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9] heeft betast;

10 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedag 10] 2000) door het betasten van de borsten van die [slachtoffer 9] , terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool en/of de stagebegeleider van die [slachtoffer 9] was;

11.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:

- het houden van zijn, verdachtes, penis tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 10] en/of

- het betasten van de vagina en/of de billen van die [slachtoffer 11] en/of

- het betasten van de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 10] heeft gezegd dat de klieren in haar borsten vastzaten en dat hij, verdachte, die moest masseren en/of

- tegen die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gezegd dat zij meer moest(en) gaan stretchen, zodat zij beter zou(den) gaan dansen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] te helpen bij het stretchen en/of

- die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon(den) komen en/of (vervolgens)

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gehouden en/of gedrukt en/of

- na het stretchen de (pijnlijke) spieren van die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds de billen en/of de vagina van die [slachtoffer 11] en/of de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12] heeft betast

en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] was, waardoor die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] afhankelijk van hem, verdachte, was/waren om beter te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond(en);

12.

hij in of omstreeks de periode van 8 april 2015 tot 8 april 2018, op diverse data, te [plaats 2] , (meermalen) met [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedag 11] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 13] en/of het zoenen op de mond van die [slachtoffer 13] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, overeenkomstig de inhoud van zijn aan het hof overgelegde pleitaantekeningen, betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde.

Daartoe heeft de raadsman – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat er onvoldoende steunbewijs is voor de afzonderlijke aangiftes. Aldus is niet voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte ontkent dat hij seksuele handelingen heeft verricht met de aangeefsters. De verklaring van verdachte dat hij telkens met de betreffende aangeefster in één ruimte is geweest en dat hij de aangeefster zou hebben gesproken, gestretcht of gemasseerd, kan niet dienen als voldoende steunbewijs, nu het bijeen zijn in één ruimte en de aanrakingen hoorden bij zijn rol als dansleraar. Uit jurisprudentie blijkt voorts dat enkel het bevestigen van tijd en plaats, onvoldoende is om als steunbewijs te dienen voor de tenlastegelegde gedragingen.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat in deze zaak geen gebruik kan worden gemaakt van een schakelbewijsconstructie, nu geen sprake is van een vaste handelswijze of patroon.

Ten aanzien van de onder 1 primair tenlastegelegde verkrachting van [slachtoffer 1] is door de verdediging aangevoerd dat onvoldoende steunbewijs voorhanden is dat het seksuele contact tussen verdachte en [slachtoffer 1] onder enige vorm van dwang heeft plaatsgevonden. Voor wat betreft het onder 1 subsidiair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met de minderjarige [slachtoffer 1] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde is subsidiair door de raadsman aangevoerd dat geen sprake is van het voor een strafbare poging vereiste begin van uitvoering. De enkele vraag om oraal te bevredigen is geen begin van uitvoering, aldus de raadsman.

Ten slotte heeft de raadsman ten aanzien van het gebruik als feitelijkheid van de door verdachte gehanteerde stretchhouding aangevoerd dat de wijze van stretchen niet per definitie een seksuele feitelijkheid is. Verdachte had geen seksuele intenties bij deze manier van stretchen. Bovendien heeft het stretchen in een aantal gevallen niets te maken met de tenlastegelegde handelingen, zoals bijvoorbeeld bij aangeefster [slachtoffer 2] , waarbij de seksuele handelingen tijdens het masseren zouden hebben plaatsgevonden, en bij aangeefster [slachtoffer 1] , die al uit haar stretchpositie was gehaald toen de orale seks heeft plaatsgevonden.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft, overeenkomstig de inhoud van het aan het hof overgelegde schriftelijke requisitoir, gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 tenlastegelegde. Daartoe heeft de advocaat-generaal – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefsters betrouwbaar zijn en dat de verklaringen voldoende steun vinden in bewijsmateriaal uit een andere bron. Daarnaast is, voor zover tenlastegelegd, telkens sprake geweest van dwang.

Oordeel van het hof

Het hof zal eerst een overweging wijden aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters. Daarna zal het hof ingaan op de vraag of sprake is van voldoende steunbewijs voor de verklaringen van aangeefsters. Vervolgens zal het hof ingaan op de vraag of sprake is geweest van dwang. Ten slotte volgen nog enkele overwegingen per tenlastegelegd feit.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters

Aangeefsters hebben bij de politie verklaard over (seksuele) gedragingen die verdachte bij hen verrichtte. Het merendeel van de aangeefsters heeft vervolgens in eerste aanleg een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris en een kleiner aantal aangeefsters heeft (daarnaast) een verklaring afgelegd in de fase van hoger beroep bij de raadsheer-commissaris.

Aangeefsters hebben consistent, gedetailleerd en specifiek verklaard. Zij hebben concrete verklaringen afgelegd over tijdstippen waarop en plaatsen waar de tenlastegelegde gedragingen hebben plaatsgevonden. Ook over de handelingen die verdachte verrichtte en wat dit zintuigelijk met aangeefsters deed, is zeer gedetailleerd verklaard. Dit alles draagt bij aan de authenticiteit en geloofwaardigheid van de verklaringen.

Dat een aantal aangeefsters voor het doen van aangifte inhoudelijk met elkaar heeft gesproken over hetgeen hen is overkomen, maakt de verklaringen niet per definitie onbetrouwbaar. Aangeefsters hebben tegenover de politie verklaard vanuit hun eigen beleving en hebben niet allemaal hetzelfde verhaal verteld. Dat gegeven maakt onaannemelijk dat de verklaringen zijn afgestemd dan wel dat aangeefsters door elkaar zijn beïnvloed. Tegelijkertijd dragen de opvallende overeenkomsten tussen de verschillende verklaringen juist bij aan het oordeel dat de verklaringen als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Bovendien hebben de meeste aangeefsters al vóórdat zij met een andere aangeefster daarover spraken, aan iemand anders verteld over de seksuele gedragingen door verdachte. Het dossier bevat voorts geen enkele aanwijzing dat aangeefsters bewust onware verklaringen hebben afgelegd. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen, ontbreekt daarvoor naar het oordeel van het hof elk motief.

Het hof acht de door aangeefsters afgelegde verklaringen, gelet op het voorgaande, dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Bewijsminimum

Het hof stelt voorop dat volgens artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing in die zin dat zij de rechter verbiedt om tot een bewezenverklaring te komen in het geval dat de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden. De vraag of er voldoende steunbewijs is indien de bewezenverklaring zwaar leunt op de verklaring van één getuige, zoals vaak het geval is bij zedenzaken, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Wel zijn daarvoor in de jurisprudentie enige regels geformuleerd. Zo moet het steunbewijs “voldoende steun” geven aan de verklaring van die getuige, dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige. Steunbewijs mag in beginsel niet enkel afkomstig zijn van dezelfde bron in die zin dat als steunbewijs zou kunnen worden gebruikt de verklaring van een ander aan wie de getuige heeft verteld wat haar of hem is overkomen. Enkel een de auditu (“van horen zeggen”)-verklaring levert op zichzelf genomen niet voldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de de auditu (“van horen zeggen”)-getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Ook kunnen eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt (bijvoorbeeld de seksuele handelingen) bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend zijn om als objectief gegeven in combinatie met andere omstandigheden een rol van betekenis spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer. Het is niet (per se) vereist dat het steunbewijs betrekking heeft op de tenlastegelegde gedragingen.

Voor de onder 1 tot en met 11 tenlastegelegde feiten geldt dat de verklaringen van aangeefsters telkens worden ondersteund door de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie dan wel ter zitting van de rechtbank. Verdachte heeft erkend dat hij met het merendeel van de aangeefsters één-op-één heeft gestretcht en/of één of meerdere massages aan hen heeft gegeven. Ook over diverse bijkomende details die door de aangeefsters zijn benoemd, wordt door verdachte verklaard. Bijvoorbeeld over de manier van stretchen om de split te leren, waarbij verdachte aan de voorzijde van de leerling op een bankje zat en de leerlingen dan met hun hoofd richting zijn buik kwamen. Als een leerling erg lenig was, kon deze in de buurt van zijn kruis komen. Ook heeft verdachte bijvoorbeeld verklaard over de oefening die hij ter afleiding aan meerdere leerlingen heeft voorgesteld, waarbij zij met de mond open tongbewegingen moesten maken en waarbij hij aangaf dat de leerlingen zich moesten ontspannen.

Hoewel deze verklaringen van verdachte niet zien op het seksueel misbruik als zodanig, bieden zij wel steun aan de verklaringen van aangeefsters op het punt van de concrete en per geval specifieke omstandigheden waaronder het misbruik volgens aangeefsters heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof biedt de verklaring van verdachte op dit punt, gelet op hetgeen door het hof is vooropgesteld, daarom ook voldoende steun aan de verklaringen van de aangeefsters ten aanzien van de seksuele handelingen en is daarmee voldaan aan het bewijsminimum.

Voor wat betreft het onder 12 tenlastegelegde feit geldt dat het tenlastegelegde handelen in een andere setting dan tijdens een stretchoefening of massage heeft plaatsgevonden. De verklaring van verdachte dat hij op dezelfde feestjes als aangeefster is geweest, biedt op zichzelf beschouwd onvoldoende steun aan de verklaring van aangeefster dat verdachte op die feestjes ontuchtige handelingen met aangeefster heeft gepleegd. Zoals hierna nog nader zal worden overwogen, kan voor een deel van die tenlastegelegde handelingen echter voldoende steunbewijs worden gevonden in de verklaring van een getuige, zodat ook ten aanzien van dat tenlastegelegde feit is voldaan aan het bewijsminimum.

Aan de beantwoording van de door de verdediging opgeworpen vraag of in onderhavige zaak een schakelbewijsconstructie aanvaardbaar zou zijn, komt het hof - net zoals de rechtbank - niet toe omdat een dergelijke bewijsmotiveringsmethode in onderhavige zaak niet aan de orde is.

Dwingen door een feitelijkheid

Aan verdachte wordt in het merendeel van de hem tenlastegelegde feiten primair verweten

dat hij de aangeefsters tot het verrichten of dulden van seksuele of ontuchtige handelingen

heeft gedwongen in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, respectievelijk artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Van dwang in de zin van het gebruik van geweld, of bedreiging daarmee, is in geen van de

voorliggende zaken sprake geweest. Bij de beoordeling van de primair tenlastegelegde varianten ligt dan ook steeds de vraag voor of kan worden bewezen dat verdachte de aangeefsters door een feitelijkheid of feitelijkheden heeft gedwongen de seksuele of ontuchtige handelingen te verrichten of te ondergaan.

Het hof stelt voorop dat van door een feitelijkheid dwingen tot het verrichten of ondergaan van seksuele of ontuchtige handelingen slechts sprake kan zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld kan sprake zijn indien de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of zulk een dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

Het hof overweegt dat verdachte aangeefsters zowel fysiek als psychisch in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht en daarnaast zodanige psychische druk op hen heeft uitgeoefend dat aangeefsters zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen de handelingen van verdachte hebben kunnen verzetten.

Dit heeft verdachte gedaan door:

aangeefsters in een (pijnlijke) stretchhouding te plaatsen waar zij niet zonder hulp van hem uit konden komen en/of zijn benen over de benen van aangeefsters te klemmen. Het hof merkt in dit verband nog op dat uit de verklaring van getuige [getuige 1] , sportarts met dansblessures als aandachtsgebied, volgt dat de stretch-methodes zoals door verdachte zijn verricht niets met sport hebben te maken en geen enkel (sportief) doel dienen;
misbruik te maken van de vooraanstaande positie die verdachte, als eigenaar, had binnen de dansschool waar de tenlastegelegde feiten zich hebben afgespeeld ten aanzien van leerlingen/docenten die allemaal graag verder wilden komen als danseres en daarvoor alles over hadden;
aangeefsters onverhoeds op intieme plekken aan te raken en/of zijn penis tegen hun gezicht of lichaam aan te drukken.

Bovendien was veelal sprake van een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de grotendeels minderjarige aangeefsters. Dat verdachte, volgens eigen zeggen, geen zeggenschap had over wie in een demoteam mocht dansen, maakt niet dat geen sprake was van psychische druk of een afhankelijkheidssituatie. Verdachte heeft, zoals de rechtbank ook heeft overwogen, in ieder geval de indruk gewekt dat hij wel zeggenschap had over de demoteams, zoals blijkt uit de verklaringen van aangeefsters. De rechtbank heeft daaraan in haar vonnis terecht toegevoegd dat verdachtes rol en prestige binnen de dansschool ook zodanig groot was dat aangeefsters geen reden hadden om anders te denken.

Dat sommige aangeefsters zijn blijven stretchen of zich wederom door verdachte hebben laten masseren nadat zij door verdachte waren misbruikt, neemt niet weg dat ook daarna sprake was van dwang. Verdachte bleef de betreffende aangeefsters onder druk zetten om door te gaan met de oefeningen en de massages, door in te spelen op hun wens om beter te worden in dansen dan wel dansdocent te worden. De situatie waarin zij onder druk stonden om door te gaan met de oefeningen en de massages, doordat verdachte in zijn positie inspeelde op hun wens om beter te worden in dansen dan wel dansdocent te worden, bleef bestaan.

Ten aanzien van feit 1

Verdachte erkent dat hij (tweemaal) seksueel contact heeft gehad met aangeefster [slachtoffer 1] . Hij heeft [slachtoffer 1] gevraagd of zij hem oraal wilde bevredigen en dit is vervolgens ook gebeurd. Verdachte ontkent dat de seksuele handelingen tegen de wil van [slachtoffer 1] hebben plaatsgevonden.

Het hof is echter, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de handelingen tegen de wil van [slachtoffer 1] hebben plaatsgevonden. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt op dit punt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 8] , afgelegd bij de rechter-commissaris. [slachtoffer 8] heeft verklaard dat verdachte haar moeder (getuige [getuige 2] ) op een avond belde en aangaf dat hij met [slachtoffer 1] had gestretcht en dat hij haar thuis zou brengen omdat het al laat was. [slachtoffer 1] kwam toen heel laat thuis, was overstuur en gedroeg zich anders. Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer 1] over de eerste keer dat het seksueel misbruik plaatsvond, namelijk dat het al 23.30 uur was en dat verdachte haar die avond heeft thuisgebracht. Eén en ander vindt ook bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 2] . De verklaring van [slachtoffer 1] dat het pijpen en de andere seksuele handelingen tegen haar wil zijn gebeurd, vindt ook steun in de verklaring van getuige [getuige 3] en de app-berichten tussen [slachtoffer 1] en [getuige 3] , waaruit kan worden afgeleid dat sprake was van onvrijwillig seksueel contact tussen [slachtoffer 1] en verdachte.

Ten aanzien van het bestanddeel ‘dwingen’ merkt het hof in aanvulling op de hiervoor weergegeven algemene overweging nog op dat verdachte [slachtoffer 1] ook fysiek heeft gedwongen door haar haren beet te pakken en haar hoofd richting zijn kruis te “sturen.” Bovendien heeft [slachtoffer 1] zowel verbaal als non-verbaal kenbaar gemaakt dat zij de seksuele handelingen niet wilde, hetgeen ook voor verdachte duidelijk heeft moeten zijn.

Het verweer van de verdediging wordt verworpen. Het hof acht de onder 1 primair tenlastegelegde ‘verkrachting, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 2

Verdachte ontkent dat hij tijdens het masseren van aangeefster [slachtoffer 2] seksuele handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging, waaronder het brengen van de vingers in de vagina van [slachtoffer 2] . Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dat geldt ook voor de verklaring van [slachtoffer 2] . Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs voor die verklaring op zodat is voldaan aan het bewijsminimum.

Ten aanzien van het bestanddeel dwang verwijst het hof eveneens naar hetgeen hierboven in zijn algemeenheid is overwogen. Verdachte heeft ook [slachtoffer 2] zowel fysiek als psychisch in een zodanige afhankelijkheidssituatie gebracht en een zodanige psychische druk op haar uitgeoefend dat zij zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen de handelingen van verdachte heeft kunnen verzetten. Dat, zoals de verdediging heeft betoogd, het (beweerde) binnendringen niet heeft plaatsgevonden tijdens de stretchoefening maar tijdens de daaropvolgende massage, doet er niet aan af dat de aan die massage voorafgaande stretchoefening bijdroeg aan de door verdachte gecreëerde situatie waarin aangeefster zich in een van hem afhankelijke positie bevond. De stretchoefening is aldus te zien als medebepalend voor de dwang die van het samenstel van handelingen van verdachte jegens aangeefster uitging.

Het hof acht aldus de onder 2 primair tenlastegelegde ‘verkrachting, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4

Verdachte ontkent dat hij tijdens het stretchen aan [slachtoffer 3] heeft gevraagd hem oraal te bevredigen. Ook ontkent hij dat hij tijdens het masseren seksuele handelingen bij [slachtoffer 3] , waaronder het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen, heeft verricht. Het hof herhaalt dat het de verklaringen van aangeefsters als geloofwaardig en betrouwbaar aanmerkt, hetgeen ook geldt voor de verklaring van [slachtoffer 3] . Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs voor die verklaring op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Voorts is, zoals hiervoor reeds is overwogen, sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof voegt daaraan nog toe dat [slachtoffer 3] op een gegeven moment zowel verbaal als non-verbaal kenbaar heeft gemaakt dat zij de seksuele handelingen niet wilde, hetgeen ook voor verdachte duidelijk heeft moeten zijn. Desondanks is verdachte doorgegaan met het plegen van de handelingen.

Voor wat betreft de vraag of ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde sprake is van een strafbare poging tot verkrachting sluit het hof zich aan bij de overweging van de rechtbank in het vonnis en neemt het die overweging daarom over, luidende:

“Met betrekking tot de onder feit 3 tenlastegelegde handelingen en opmerkingen tijdens het

stretchen, dient te worden beoordeeld of deze van zodanige aard zijn geweest dat zij kunnen

worden aangemerkt als een poging tot verkrachting.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor een strafbare poging vereist is dat er

gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke

verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of

sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan

op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Een belangrijke

beoordelingsfactor daarbij is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de

voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe

concreet deze daarop waren gericht. Verder kan het om een samenstel van gedragingen gaan.

De rechtbank overweegt dat voor een poging tot verkrachting niet alleen het voornemen tot

seksueel binnendringen moet worden bewezen, maar dat daarnaast ook moet worden

bewezen dat het voornemen bestond om het slachtoffer daartoe opzettelijk door gebruik van

een dwangmiddel te dwingen. Hierbij is van belang dat het bestanddeel ‘dwingen’ het

(voorwaardelijk) opzet op het handelen tegen de wil van het slachtoffer omvat.

In de onderhavige zaak heeft verdachte [slachtoffer 3] gevraagd hem te pijpen en hieruit kan

derhalve het voornemen tot het seksueel binnendringen worden afgeleid. Naar het oordeel

van de rechtbank dient de door verdachte aan [slachtoffer 3] gestelde vraag echter niet geïsoleerd te worden beschouwd, maar moet deze in de context van het geheel worden bezien. Aan deze

door verdachte gestelde vraag gaan namelijk de nodige gedragingen en opmerkingen vooraf. Zo neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte voorafgaand aan het trainen met de ambitieuze [slachtoffer 3] heeft aangegeven dat hij haar wil begeleiden om haar doelen te bereiken; hij zei haar dat ze leniger moest worden en daarvoor moest zij stretchoefeningen doen. [slachtoffer 3] wilde graag lesgeven en verdachte zou haar daarmee kunnen helpen. Om die reden bleef ze met verdachte trainen. Verdachte heeft derhalve de afhankelijkheidsrelatie, die op grond van de verhouding tussen leerling en docent al bestond, vergroot. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer 3] in een houding laten stretchen, waarbij zij zich niet alleen met haar hoofd dichtbij zijn kruis bevond, maar waarbij zij ook het zicht had op zijn stijve geslachtsdeel dat door een gat in de broek die hij vaker tijdens het stretchen droeg naar buiten was gekomen. Dit stretchen vond bovendien plaats in een houding die pijnlijk was en waar [slachtoffer 3] enkel met hulp van verdachte uit kon komen. Aan de vraag om hem te pijpen, ging de vraag vooraf of zij aan zijn geslachtdeel wilde zitten. Toen [slachtoffer 3] dat niet wilde doen, liet hij haar extra lang in de stretchhouding zitten, onder omstandigheden die nog pijnlijker waren dan anders doordat hij haar verder naar zich toe trok, waarna hij haar weer vroeg of zij hem wilde pijpen.

De rechtbank is van oordeel dat dit samenstel van gedragingen een begin van uitvoering van verkrachting oplevert. Er is namelijk niet alleen sprake van een geuit voornemen, maar ook van het inzetten van diverse daartoe geëigende dwangmiddelen. Uit het voorgaande blijkt van een door verdachte bewust gecreëerde situatie, waarin er een aanmerkelijke kans bestond dat daardoor de weerstand van het slachtoffer gebroken zou kunnen worden en waarin zij zich gedwongen zou voelen om de seksuele handelingen te verrichten. Dat de weerstand in dit geval niet gebroken werd, is een van de wil van verdachte onafhankelijke omstandigheid.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte meermalen heeft gepoogd [slachtoffer 3] te verkrachten. Weliswaar heeft zij verklaard dat het ook is voorgekomen dat verdachte haar

heeft gezegd dat zij minder buik- en rugspieroefeningen hoefde te doen als zij hem zou

pijpen, maar uit de aangifte wordt niet duidelijk onder welke feitelijke omstandigheden

verdachte deze uitlating zou hebben gedaan. In dat geval is daarom onvoldoende bewijsbaar dat sprake is geweest van een begin tot uitvoering van een door verdachte voorgenomen misdrijf.”

Het hof acht net als de rechtbank de onder feit 3 primair tenlastegelegde ‘poging tot verkrachting, eenmaal gepleegd’ dan ook wettig en overtuigend bewezen.

In hoger beroep wordt verdachte onder 4 primair verweten dat hij [slachtoffer 3] heeft verkracht door onder meer zijn vinger(s) over de vagina van [slachtoffer 3] en/of rond de clitoris en tussen de schaamlippen te brengen. [slachtoffer 3] heeft onder meer verklaard dat verdachte haar lies masseerde en toen zijn hand in haar onderbroek deed. Hij wreef dan over haar geslachtsdeel. Hij raakte haar geslachtsdeel aan bij de clitoris, richting het plasgaatje, tussen de schaamlippen. Het hof merkt deze handelingen, onder verwijzing naar HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3627 en HR 6 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:821, aan als ‘seksueel binnendringen’.

Het hof acht, anders dan de rechtbank, ook bewezen dat verdachte bij het masseren tevens de borsten van [slachtoffer 3] heeft betast, nu [slachtoffer 3] hierover heeft verklaard in het informatieve gesprek bij de politie.

Het hof acht aldus de onder 4 primair tenlastegelegde ‘verkrachting, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5

Verdachte ontkent dat hij tijdens het masseren van aangeefster [slachtoffer 4] ontuchtige handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dat geldt ook voor de verklaring van [slachtoffer 4] .

Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Zo heeft verdachte verklaard dat hij de schouders en nek van [slachtoffer 4] masseerde en zij daarbij haar handen op haar borsten had. Ook heeft verdachte verklaard dat het is voorgekomen dat [slachtoffer 4] haar handen hoger had en dat hij tegen haar zei dat ze haar handen lager moest doen. Ook kwam het voor dat zij huilde tijdens de massages. Daarnaast biedt ook de verklaring van de moeder van [slachtoffer 4] , getuige [getuige 4] , steun aan de verklaring van [slachtoffer 4] . [getuige 4] heeft uit eigen waarneming verklaard dat verdachte de schouders van [slachtoffer 4] , toen zij jonger was, masseerde. Daarnaast heeft [slachtoffer 4] haar destijds al verteld dat zij de massages niet prettig vond. Overigens heeft verdachte zelf ook verklaard dat [slachtoffer 4] heeft aangeven de massages niet prettig te vinden.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 4] is sprake van dwingen door feitelijkheden.

Het hof acht aldus de onder 5 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 6

Verdachte ontkent dat hij tijdens het stretchen met [slachtoffer 5] ontuchtige handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dat geldt eveneens voor de verklaring van [slachtoffer 5] .

Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Verdachte heeft over [slachtoffer 5] verklaard dat zij op een bepaald moment overstuur was en uit de stretchpositie gehaald wilde worden. Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer 5] dat zij op 9 juli 2020 voelde dat het geslachtsdeel van verdachte tegen haar wang aan zat, dat zij daarna flipte en aan het huilen was en toen aangaf dat zij uit de stretchpositie gehaald wilde worden.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 5] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 6 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, eenmaal gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 7

Verdachte ontkent dat hij tijdens het stretchen met [slachtoffer 6] meermalen ontuchtige handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht, hetgeen ook geldt voor de verklaring van [slachtoffer 6] .

Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Verdachte heeft over [slachtoffer 6] verklaard dat hij met haar gestretcht heeft en dat hij haar een ontspanningsoefening heeft gegeven waarbij zij haar kaak open moest doen en dan met haar tong van links naar rechts moest bewegen, hetgeen de context bevestigt, zoals beschreven door [slachtoffer 6] , waarbinnen de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 6] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 7 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 8

Verdachte ontkent dat hij tijdens het stretchen met [slachtoffer 7] meermalen ontuchtige handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dit geldt ook voor de verklaring van [slachtoffer 7] . Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 7] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 8 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 9

Verdachte ontkent dat hij bij [slachtoffer 8] ontuchtige handelingen heeft gepleegd zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht, hetgeen eveneens geldt voor de verklaring van [slachtoffer 8] . Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 8] bij het passen van danskleding heeft gemasseerd en dat hij haar heeft gevraagd een andere beha aan te doen. Tevens heeft hij verklaard dat [slachtoffer 8] zijn liezen heeft gemasseerd. Aldus wordt door de verklaring van verdachte de context bevestigd, zoals beschreven door [slachtoffer 8] , waarbinnen de ontuchtige handelingen op 7 februari 2020 hebben plaatsgevonden. Bovendien vindt de verklaring van [slachtoffer 8] steun in de verklaring van haar ex-vriend [getuige 5] aan wie zij direct na het voorval over de ontuchtige handelingen heeft verteld. Hij heeft toen waargenomen dat zij enorm verdrietig was en in shock. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid van haar verklaring.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 8] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 9 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, eenmaal gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 10

Verdachte ontkent dat hij bij [slachtoffer 9] ontuchtige handelingen heeft verricht zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dat geldt ook voor de verklaring van [slachtoffer 9] . Dat zij op 12 april 2017 een spraakbericht op haar telefoon heeft ingesproken over de handelingen van verdachte, draagt bij aan de geloofwaardigheid van haar verklaring.

Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Verdachte heeft over [slachtoffer 9] verklaard dat het een keer is voorgekomen dat de knoopjes van haar bovenkleding niet voldoende dicht zaten en dat hij toen tegen haar heeft gezegd dat haar borsten er zo uit vallen. Deze verklaring biedt steun aan de verklaring van [slachtoffer 9] over het voorval met het knoopje van haar shirt waarbij verdachte haar borst heeft beetgepakt.

Anders dan de rechtbank, acht het hof ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tijdens een massage [slachtoffer 9] ’s borsten heeft betast. De verklaring van [slachtoffer 9] op dit punt wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 6] , die heeft verklaard dat zij een keer aanwezig was bij een massage van [slachtoffer 9] door verdachte en dat [slachtoffer 9] zich er helemaal niet fijn bij voelde. Dat [getuige 6] de ontuchtige handelingen zelf niet heeft waargenomen dan wel zich niet kan herinneren dat er ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden, maakt niet dat haar verklaring niet als ondersteunend bewijsmiddel kan worden gebruikt. Die verklaring bevestigt namelijk wel de specifieke context waarover [slachtoffer 9] ten aanzien van deze gebeurtenis heeft verklaard.

Ook ten aanzien van [slachtoffer 9] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 10 primair tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 11

Verdachte ontkent dat hij bij [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] ontuchtige handelingen heeft gepleegd zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht. Dat geldt ook voor de verklaringen van [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] .

Voorts levert de verklaring van verdachte, zoals reeds overwogen, voldoende steunbewijs op zodat is voldaan aan het bewijsminimum. Ook ten aanzien van [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] is sprake van dwingen door feitelijkheden. Het hof verwijst naar hetgeen daarover hierboven in zijn algemeenheid is overwogen.

Het hof acht aldus de onder 11 tenlastegelegde ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 12

Verdachte ontkent dat hij bij de destijds 14-jarige [slachtoffer 13] ontuchtige handelingen heeft gepleegd zoals omschreven in de tenlastelegging. Het hof heeft hierboven al overwogen dat en waarom het de verklaringen van de aangeefsters geloofwaardig en betrouwbaar acht, hetgeen ook geldt voor de verklaring van [slachtoffer 13] .

Voor de verklaring van [slachtoffer 13] over het betasten van haar kont door verdachte, is voldoende steunbewijs te vinden in de verklaring van getuige [getuige 7] die heeft verklaard dat hij een keer heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 13] kont aanraakte en de verklaring van verdachte dat hij op dezelfde feestjes op de dansschool als [slachtoffer 13] aanwezig was.

Net als de rechtbank, is het hof van oordeel dat er voor de overige in de tenlastegelegde handelingen, te weten het betasten van de borsten en het zoenen op de mond, onvoldoende steunbewijs voorhanden is, zodat verdachte van die handelingen dient te worden vrijgesproken.

Het hof acht aldus de onder 12 tenlastegelegde ‘met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, eenmaal gepleegd’ wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen die bij dit arrest in een bijlage zijn opgenomen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1 primair

hij in de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] en het betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer 1] , en bestaande die feitelijkheden hierin dat hij, verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en bij het demoteam kon komen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 1] te helpen bij het stretchen en

- die [slachtoffer 1] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 1] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en daarbij voor die [slachtoffer 1] is gaan zitten, waarbij zijn kruis zich ter hoogte van het hoofd van die [slachtoffer 1] bevond en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in zijn, verdachtes, penis moest bijten en hem moest pijpen, waardoor zij in het demoteam kon komen en

- die [slachtoffer 1] in een zogeheten vlinderstretch (kleermakerszit) heeft gebracht en daarbij zijn benen over de benen van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en daarbij het hoofd van die [slachtoffer 1] richting zijn, verdachtes, kruis heeft gebracht en

- de borsten van die [slachtoffer 1] onverhoeds heeft betast/aangeraakt terwijl zij aangaf dat niet te willen/met haar hoofd schudde, en

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en daarbij zijn hand op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden, terwijl die [slachtoffer 1] in een stretchpositie zat en is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 1] had aangegeven dat ze niet wilde en terwijl die [slachtoffer 1] aan het kokhalzen was, en terwijl hij, verdachte, de dansdocent en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 1] was, waardoor die [slachtoffer 1] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij het demoteam van de dansschool te komen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

2 primair

hij in de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:

- het brengen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]

en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en

- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere danseres zou worden en

- die [slachtoffer 2] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens

- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde en

- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en (daarbij) heeft gezegd dat hij de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden zou zijn

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en de eigenaar van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

3 primair

hij in de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, te [plaats 2] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door feitelijkheden, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedag 4] 2005) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] :

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen om haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken en les te geven op een dansschool te bereiken en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij op haar 16e les mocht geven op zijn, verdachtes, dansschool en

- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 3] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en

- die [slachtoffer 3] bij de rug heeft vastgehouden en tegen de bank heeft aangetrokken, terwijl die [slachtoffer 3] in die (pijnlijke) stretchpositie zat met haar hoofd tegen zijn, verdachtes, buik en waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en

- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 3] was en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4 primair

hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2005, heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten:

- het (tijdens het masseren) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 3] en

- het bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) over de vagina en/of rond de clitoris en het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3]

en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- na het stretchen de (pijnlijke) benen en/of liezen van die [slachtoffer 3] heeft gemasseerd, waarbij die [slachtoffer 3] zich voorovergebogen met haar ellebogen steunend op een bank(je) op haar knieën bevond, terwijl hij, verdachte, zich achter haar bevond,

- waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) over de vagina en/of rond de clitoris, en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] heeft bewogen en/of gebracht en is doorgegaan met het plegen van voornoemde handelingen en daarbij (meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van die [slachtoffer 3] dat zij deze handelingen niet wilde en terwijl hij, verdachte, de dansdocent van die [slachtoffer 3] was en de eigenaar was van de dansschool waar die [slachtoffer 3] de ambitie had om zelf les te geven en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

5 primair

hij in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij door hem, verdachte, zich moest laten masseren, omdat zij anders geen danslessen meer mocht volgen in zijn dansschool en

- tijdens voornoemde massage onverhoeds de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] heeft betast en

- is doorgegaan met het betasten van de borsten van die [slachtoffer 4] , nadat zij verdachtes handen had weggedrukt

en terwijl die [slachtoffer 4] de stiefdochter van hem, verdachte, was en hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4] was, waardoor die [slachtoffer 4] afhankelijk van hem, verdachte, was om (beter) te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

6 primair

hij op 9 juli 2020 te [plaats 2] , door feitelijkheden, [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen en dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 5] te helpen bij het stretchen en

- die [slachtoffer 5] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 5] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] heeft gedrukt

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 5] was, waardoor die [slachtoffer 5] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 5] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

7 primair

hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en in het grootste dansteam kon dansen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 6] te helpen bij het stretchen en

- die [slachtoffer 6] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 6] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] heeft gedrukt

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 6] was, waardoor [slachtoffer 6] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en in een dansteam te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 6] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

8 primair

hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 7] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer 7] heeft aangeboden om die [slachtoffer 7] te helpen bij het stretchen en

- die [slachtoffer 7] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 7] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 7] heeft gedrukt en daarbij tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “Doe hem er maar in”

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 7] was, waardoor die [slachtoffer 7] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 7] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

9 primair

hij op 7 februari 2020 te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten:

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en

- het drukken van zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] , en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar borsten moest masseren, omdat er inwendig iets niet goed was en

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar nek en/of schouderklachten kon verhelpen door middel van massage, zodat zij beter kon dansen enals zij niet beter ging dansen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 8] dan uit het team moest zetten

en

- tijdens voornoemde massage onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 8] heeft betast en zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] heeft gedrukt,

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 8] was, waardoor die [slachtoffer 8] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin [slachtoffer 8] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;

10 primair

hij in de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten van die [slachtoffer 9] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij een massage nodig had en daarbij onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9] heeft betast en

- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij het knoopje van haar shirt dicht moest doen en daarbij onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9] heeft betast;

11.

hij in de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020, te [plaats 2] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten:

- het houden van zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en bij het gezicht van [slachtoffer 12] en

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 10] en

- het betasten van de vagina en de billen van die [slachtoffer 11] en

- het betasten van de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12]

en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 10] heeft gezegd dat de klieren in haar borsten vastzaten en dat hij, verdachte, die moest masseren en

- tegen die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gezegd dat zij meer moesten gaan stretchen, zodat zij beter zouden gaan dansen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] te helpen bij het stretchen en

- die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit konden komen en vervolgens

- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en bij het gezicht van [slachtoffer 12] heeft gehouden en

- na het stretchen de (pijnlijke) spieren van die [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds de billen en de vagina van die [slachtoffer 11] en de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12] heeft betast

en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] was, waardoor die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] afhankelijk van hem, verdachte, waren om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevonden;

12.

hij in de periode van 8 april 2015 tot 8 april 2018 te [plaats 2] , meermalen met [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedag 11] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, te weten het betasten van de billen van die [slachtoffer 13] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot verkrachting.

Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 5 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 6 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 7 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 8 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 9 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 10 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 11 bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 12 bewezenverklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode van ruim vijf jaren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van dertien slachtoffers, variërend in leeftijd van 14 tot 30 jaar. Alle slachtoffers waren als leerling en/of dansdocent aan verdachtes dansschool in [plaats 2] verbonden. Verdachte heeft met negen slachtoffers één-op-één stretchoefeningen gedaan waarbij zij met hun gezicht dichtbij het kruis van verdachte kwamen. Zeven slachtoffers hebben daarbij verdachtes geslachtsdeel tegen hun gezicht gehad. Verdachte heeft drie slachtoffers tijdens het stretchen gevraagd om zijn penis vast te pakken of hem oraal te bevredigen. Bij één slachtoffer is ook daadwerkelijk sprake geweest van (het tegen de wil) pijpen. Tijdens het geven van massages heeft verdachte bij vijf slachtoffers hun vagina aangeraakt, en heeft hij bij vijf slachtoffers de borsten en bij twee slachtoffers de billen betast. Bij twee slachtoffers is verdachte met zijn vinger(s) in de vagina geweest.

Verdachte is bij zijn handelen volledig voorbijgegaan aan de grenzen van de veelal minderjarige slachtoffers. Verdachte heeft in zijn positie als dansleraar en eigenaar van de dansschool het vertrouwen, dat de slachtoffers en hun ouders in hem hadden gesteld, op grove wijze beschaamd. Verdachte heeft ook misbruik gemaakt van de ambitie van de (jonge) danseressen. Zij wilden beter worden en verder komen in het dansen en verdachte gaf de indruk dat zij daarbij van zijn hulp afhankelijk waren. Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, die vanwege hun jeugdige leeftijd en/of afhankelijkheid niet in afdoende mate in staat waren aan het handelen van verdachte weerstand te bieden.

Het is van algemene bekendheid dat de slachtoffers van zeer ernstige misdrijven, waaronder zedendelicten als hier aan de orde, nog lang ernstig kunnen lijden onder de psychische gevolgen. Dat daarvan ook in dit geval sprake is, is gebleken uit de ingrijpende slachtofferverklaringen afgelegd in eerste aanleg en in hoger beroep. Het hof rekent verdachte ook diens ontkennende houding aan en het hardnekkig afschuiven van zijn verantwoordelijkheid, hetgeen zorgt voor extra leedtoevoeging bij de slachtoffers.

Aan de ernst, aard, duur en omvang van de bewezenverklaarde feiten kan enkel recht worden gedaan door het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof heeft bij de straftoemeting ook acht geslagen op de rapporten die zijn opgemaakt omtrent de persoon van verdachte, te weten het psychiatrisch rapport van 26 maart 2021, het psychologisch rapport van 6 mei 2021 en de reclasseringsadviezen van 18 mei 2021 en 27 februari 2023. Uit de rapportages van de psycholoog en psychiater volgt dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een psychiatrische of persoonlijkheidsstoornis. Verdachte kan derhalve als volledig toerekeningsvatbaar worden aangemerkt. Die rapporten geven geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Mede gelet op de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting - die bij een eenmalige verkrachting met een beperkte mate van dwang als uitgangspunt reeds een gevangenisstraf van 24 maanden nemen - en het gegeven dat het hof op onderdelen tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank komt en ten aanzien van feit 4 tot een als zwaarder te kwalificeren delict, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beroepsverbod

Net als de rechtbank schat het hof – gelet op het feit dat hij zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan het plegen van zedenmisdrijven tegen een groot aantal verschillende slachtoffers – de kans op herhaling in als hoog, zeker als verdachte in een vergelijkbare positie of rol komt te verkeren. Het hof zal daarom, zoals gevorderd door de advocaat-generaal, als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen om als dansleraar (in brede zin) van vrouwelijke pupillen werkzaam te zijn, voor de duur van 13 jaren.

Contactverbod

Uit het dossier is gebleken dat verdachte, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de politie om dat niet te doen, veel moeite heeft gedaan om in contact te komen met verschillende aangeefsters. Gelet daarop dient er rekening mee te worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst mogelijk belastend naar aangeefsters zal gedragen. Gelet op het voorgaande zal het hof daarom aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, inhoudende een contactverbod met aangeefsters voor de duur van vijf jaren.

Voorwaardelijk verzoek

Het hof ziet in het voorliggende dossier en het verhandelde ter zitting geen aanleiding voor het opleggen van een gedragsbeïnvloedende maatregel in de vorm van een behandeling, zoals is verzocht door de raadsman van verdachte. Afgezien van verdachtes interesse in (sociale) psychologie heeft verdachte, in zijn houding ten opzichte van de verschillende aangiftes in deze zaak, bij het hof vooralsnog niet de indruk gewekt enige ingang voor behandeling te bieden. Een eventuele behandeling kan te zijner tijd ook aan de orde komen in het kader van een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het hof ziet daarom nu geen reden om de zaak te heropenen voor het laten opmaken van een nader reclasseringsrapport, zoals voorwaardelijk is verzocht door de raadsman. Het hof wijst het voorwaardelijke verzoek daarom af.

Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit alle benadeelde partijen, met uitzondering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering tot schadevergoeding vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering voor wat betreft de immateriële schade te matigen nu de gevorderde bedragen niet in lijn zijn met wat doorgaans in vergelijkbare zaken wordt toegekend.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bevestiging van het vonnis voor wat betreft de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Oordeel van het hof

Het hof stelt bij de beoordeling van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen het volgende voorop.

Reis- en parkeerkosten

De vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van hun reis- en parkeerkosten komen slechts voor toewijzing in aanmerking, voor zover de benadeelde partijen die schade als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde hebben geleden.

De gevorderde reis- en parkeerkosten in verband met het informatieve gesprek bij de politie, het doen van aangifte of het afleggen van een getuigenverklaring, het bijwonen van de zittingen dan wel gesprekken met de officier van justitie, Slachtofferhulp Nederland en de advocaat, kunnen niet worden aangemerkt als schade die benadeelden rechtstreeks hebben geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. Het zijn geen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96, tweede lid, onder b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Voor vergoeding van die kosten biedt het BW noch enige andere relevante regeling een wettelijke grondslag. Die kosten zijn in de gegeven omstandigheden evenmin aan te merken als voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Vooropgesteld wordt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een redelijke uitleg van artikel 532 Sv (voorheen artikel 592a) met zich brengt dat bij de bepaling van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. In civiele procedures wordt de maatstaf voor de toekenning van proceskosten ontleend aan de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Deze proceskostenregeling is een limitatieve en exclusieve regeling, behoudens bijzondere omstandigheden (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600).

Volgens artikel 238, eerste en tweede lid, in verbinding met artikel 239 Rv komen alleen als kosten voor vergoeding in aanmerking: reis-, verlet- en verblijfkosten voor het bijwonen van de zitting van de partij die aanspraak heeft op proceskostenvergoeding indien in persoon mag worden geprocedeerd en ook daadwerkelijk in persoon is geprocedeerd. Voor andere reis-, verblijfs- of verletkosten – zoals voor het bezoeken van leden van het openbaar ministerie of de advocaat – kent de proceskostenregeling geen vergoeding.

De kosten die – als het niet tot een gerechtelijke procedure komt – als schade voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen in de zin van artikel 6:96, tweede lid, onder b BW, zoals kosten ter vaststelling van schadeaansprakelijkheid, vormen onderdeel van en zijn begrepen in de vergoedingen die kunnen worden toegekend op grond van het wettelijk stelsel van proceskosten in civiele zaken, indien het wél tot een procedure komt (vgl. artikel 241 Rv).

Voor vergoeding van andere kosten dan de in deze regeling neergelegde is, behoudens bijzondere omstandigheden, geen plaats. Voor de voeging in het strafproces is geen procesvertegenwoordiging vereist. In dit geval echter zijn alle benadeelde partijen in eerste aanleg en in hoger beroep ter zitting bijgestaan door een advocaat.

Het hof is dus van oordeel dat de gevorderde reis- en parkeerkosten in verband met het doen van aangifte of het afleggen van een getuigenverklaring, dan wel gesprekken met Slachtofferhulp Nederland en de advocaat en het bijwonen van de zittingen, geen rechtstreekse materiële schade zijn en evenmin toewijsbaar zijn als proceskosten op grond van de genoemde proceskostenregeling.

De omstandigheid dat de benadeelde partijen tevens spreekgerechtigd slachtoffer waren en een aantal daarvan ook gebruik hebben gemaakt, leidt niet tot een ander oordeel. De met de uitoefening van het spreekrecht gepaard gaande kosten vormen thans geen schade waarvoor de verdachte aansprakelijk kan worden gehouden. Het is aan de wetgever om daarvoor, desgewenst, een wettelijke grondslag te creëren (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6126).

Immateriële schade

Artikel 6:106 BW geeft een limitatieve opsomming van de gevallen waarin een persoon recht heeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer als sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze sprake is.

Uit het onderzoek ter terechtzitting, waaronder de namens de benadeelde partijen gegeven toelichting op hun vorderingen, kan het bestaan van geestelijk letsel bij de benadeelde partijen in een aantal gevallen naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Voorts volgt uit de aard en ernst van de normschending en de ernstige gevolgen daarvan voor de benadeelde partijen zoals deze mede blijken uit het hiervoor vermelde en uit de afgelegde slachtofferverklaringen in eerste aanleg en in hoger beroep, dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze.

Het hof acht, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en ernst van de schade, de gevolgen, de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen en de bedragen zoals opgenomen in de ‘Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven’, toewijzing van na te melden bedragen aan immateriële schadevergoeding billijk.

Bespreking van de individuele vorderingen

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.075,-, bestaande uit bestaande uit € 75,- materiële schade (wegens reiskosten in verband met het informatieve gesprek bij de politie, het doen van aangifte, fysiotherapie en traumabehandelingen) en € 12.000,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts wordt een bedrag van € 569,25 aan proceskosten gevorderd. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep volledig toegewezen. De benadeelde partij wordt bijgestaan door mr. W. ten Have.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in

Verbonden uitspraken