Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3099
In deze zaak gaat het om de neergang van een al vijftig jaar door een vader (later met zijn zoon en nog weer later door de zoon alleen) geëxploiteerd grondverzet bedrijf. De onderneming werd gevoerd aanvankelijk als eenmanszaak, later als vennootschap onder firma en sinds de jaren tachtig vanuit besloten vennootschappen (appellanten in dit hoger beroep). Nadat de onderneming steeds slechter ging zegde de bank de financiering op. De geldbehoefte werd overgenomen door een andere ondernemer en diens vennootschappen (geïntimeerden in dit hoger beroep). Tegenover de financiering stonden de eigendomsoverdracht van roerende en onroerende zaken, alsmede zakelijke zekerheidsrechten. Partijen twisten over vragen van eigendomsrechten en de zekerheidsrechten, over de executie van vermogen dat op grond heeft plaatsgevonden, over de vraag of tussen hen een huurverhouding is ontstaan en wat de consequenties daarvan zijn, over verbintenisrechtelijke vragen betreffende verzuim, dwaling, toepassing van redelijkheid en billijkheid. Daarnaast verschillen partijen van mening of er over en weer sprake is van onrechtmatig gebruik van goederen van de ander en of zij onrechtmatig hebben gehandeld door het aanbrengen van vernielingen. In een groot deel van deze geschillen is door de rechtbank beslist in een tussenvonnis. Door partijen is gevraagd tussentijds hoger beroep in te mogen stellen, wat de rechtbank heeft toegestaan. Over de procesrechtelijke consequenties daarvan verschillen partijen ook van mening. Het hof heeft nadat (een deel van de grieven is geslaagd) de zaak aan zich gehouden om deze zelf af te doen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 356 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 483 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 485 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 485a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 544 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:48 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:119a BW6
- Artikel 6:212 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 7:225 BW7
- Artikel 7:230a BW7
- Artikel 3:94 BW3
- Artikel 3:268 BW3
- Artikel 3:270 BW3
- Artikel 3:302 BW3
- Artikel 3:303 BW3